De officiele website van de geschiedenis van zendstation
Radio Kootwijk (PCG)

"een dorp tussen Zand en Zenders"

 
Radio Kootwijk
 Algemeen
 Aktualiteiten
 Mailing List
 Reserveren RKwk
 Concerten
 Monumenten
 Dienst Landelijk Gebied
 Routebeschrijving RKwk
 Bewonersvisie RkWk
 Gebiedsvisie
 D66 rapport
 Masterplan de Winter
 Creatorium Hobert
 Masterplan Ago Quod Ago
 Plan van Aanpak
Dorp RKwk
 Dorp en haar bewoners
 Kinderen van Kootwijk
 Berichten uit ...
 Nostalgische verhalen
 Klein Hollywood
 RK Junior
 DorpsRaad
... en Bandoeng
 Hallo Bandoeng, hier ...
 Geschiedenis
 Malabar
 Malabar toen ...
 Malabar nu ...
 boekbespreking
 meer over Bandoeng ...
Hier Radio Kootwijk (SBB)
 Evenementenlocatie
 Nieuws
 Excursies/activiteiten
Stichting Platform Kootwijk
 Wie zijn wij
 Aktualiteiten
 Notities
 Brochure
 PersBerichten
 Gezondheid
 Politiek
 Zendmasten problematiek
 Milieu & Landschap
 SPK Archief
 Nieuwsbrieven
 Geografie
 Chronologie
 Naslag
 2' Podium
 Beelden SPK
 Bestemmingsplan
 Links SPK
50 kV station
 Informatie
Panorama views
 Omgevingskaart
 Gebouw A
 Radio Kootwijk
English Summary
 Welcome to RKwk
Foto's van ...
 de opbouw
 de lange golf zender
 de kortegolf zender
 het dorp
 vandaag de dag ...
 Scheveningen Radio
 Opendag ...
Bedrijfs Beelden
 Ontstaan
 Terreinen
 Doel, werking, ...
 Radiocentrale Amsterdam
Geschiedenis
 J.M. Luthmann (architect)
 Radio Telegrafie
 Radio Telefonie
 Machinezender PCG
 Bibliografie Ir de GROOT
 Ir J. J. NUMANS
 Dr B. van der POL
 Willem Vogt
 Overzicht mei 1940
... zij schreven over Radio Kootwijk
 Dr. Ir. N. KOOMANS (1)
 Dr. Ir. N. KOOMANS (2)
 Ir M.C. ENNEN
 RC Kennemerland
 Tussen 'Zand en Zenders'
 VRZA
 Hans KNAP
 Alfa Bravo (PCH)
 Ingrid van Hoorn
 [onbekend] Ned.
 [onbekend] Frans
 Cees van der Pluijm
 Gewest tot Gewest (tv)
 VPRO documentaire (radio)
 PTT-Bedrijfsbanden
Artikelen over
Radio Kootwijk
 Apeldoornse Courant
 Apeldoorns Stadsblad
 ArchiNed
 Algemeen Dagblad
 Amersfoortse Courant
 Barneveldse Krant
 BN-de Stem
 Brabants Dagblad
 Cement
 Deventer Courant
 Gelderlander
 Gemeente Apeldoorn
 Groene Amsterdammer
 Haagsche Courant
 NRC Handelblad
 Prov. Zeeuwse Courant
 Piazza
 SAM
 Stentor
 Telegraaf
 Trouw
 Twentsche Courant
 Utrechts Nieuwsblad
 Veluws Dagblad
 Volkskrant
Diversen
 Links
 Scheveningen Radio
 PCH ReŁnie 2004
 Zij gaven hun reactie ...
 Maar waarom deze site...
Contacten ...
 de SPK
 de Webmaster
 Belangrijke adressen
 
 
Ontwerp-Bestemmingsplan Radio Kootwijk   

9e herziening van het bestemmingsplan Kootwijk

Ontwerp
plankaart nummer 803308
23 december 1998

INHOUDSOPAVE

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel van de herziening
De gemeente Apeldoorn heeft besloten om voor een deel van het gebied Radio Kootwijk, te weten het antenneterrein rondom het centrale bebouwingscomplex aan de Radioweg, een nieuw bestemmingsplan te ontwikkelen. Het wordt van belang geacht dat gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in ruimtelijk en planologisch goede banen kunnen worden geleid. Ontwikkelingen dienen qua schaal en functie te passen in het gebled zelf en in de omgeving. Omdat de geldende regeling veel vrijheden ten aanzien van de bouw van antennes omvat, is er behoefte aan een heroverweging van die regeling. De opstelling van dit bestemmingsplan is minstens nodig om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen. De huidige regeling sluit namelijk niet goed aan op het planologische beleid dat voor het Centraal Veluws Natuurgebied (CVN) geldt. Een situatie als deze is voor de gemeente nadelig om een goed planologisch beleid te kunnen voeren. Het nieuwe bestemmingsplan Kootwijk, 9~ partiŽle herziening, heeft tot doel voor het antenneterrein een actueel en adequaat juridisch kader op te stellen, waarbinnen de gewenst geachte ruimtelijke en functionele ontwikkelingen kunnen plaatsvinden.

Vooruitlopend op de ontwikkeling van het bestemmingsplan is voor dit gebied op 28 januari 1998 een voorbereidingsbesluit genomen. Daarmee kunnen gedurende een periode van ťťn jaar -waarin dus een nieuw bestemmingsplan kan worden voorbereid -ongewenste bouwinitiatieven worden tegengegaan.

De aanleiding voor de partiŽle herziening van het bestemmingsplan Kootwijk is gelegen in het besef dat het vigerende plan ongelimiteerde mogelijkheden voor de bouw van antennemasten bevat. Dit bleek na een verzoek van Delta Radio 171 B.V. om een milieu- en bouwvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een radiozendstation en vier zendmasten met een hoogte van 335 meter. Bij de huidige inzichten inzake milieu en landschappelijke waarden is de voorgestane ontwikkeling niet wenselijk. De invloed van de bouw van de vier masten op allerlei milieuaspecten, is uitgebreid belicht in de ontwerpbeschikking (WM 608) inzake het verzoek van Delta Radio 171 B.V. om een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer. De milieuvergunning voor de bouw en het in werking hebben van de vier masten is geweigerd.

Planologisch wordt in het vigerende bestemmingsplan de realisatie van het initiatief niet mogelijk gemaakt. Weliswaar laten de voorschriften het oprichten van de masten en bijbehorende gebouwtjes toe en worden de masten niet beperkt qua aantal en hoogte. De bij het initiatief behorende masten maken echter tuidraden nodig op een dermate hoogte dat er vanuit de beperkingen ten behoeve van straalpaden, op basis van de voorschriften een bouwverbod voortvloeit. Dat is de reden waarom voor het concrete initiatief een bouwvergunning is geweigerd.

Het is de bedoeling in de herziening de hoogte van zendmasten wel te limiteren en daarmee de regeling meer in overeenstemming te brengen met het planologisch beleid voor het CVN.

Terug naar top    

1.2 Begrenzing van het plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied ten zuidwesten van Apeldoorn. Dit gebied be-hoort tot het (CVN). Het plangebied omvat het antenneterrein, dat zich uitstrekt (bijna) rondom het centrale langgerekte bebouwingscomplex. Het geodetische satellietwaarnemingsstation in de noordwesthoek van het gebied is niet in het plangebied begrepen.

Ook het bebouwingscomplex nabij de Radioweg (met o.a. de monumentale gebouwen) en de woningen worden niet in deze herziening betrokken. Omtrent de toekomst van het complex vindt er herfst 1998 binnen KPN een bezinning plaats en eventuele besluitvorming. Daarnaast vinden vanuit de gemeente voorbereidingen plaats om te komen tot een aanwijzing van de nederzetting tot Rijks Beschermd Dorpsgezicht. Wanneer beide sporen hun beslag hebben gekregen, zal een volgende herziening voor Radio Kootwijk in procedure worden gebracht, waarin de bebouwing en toekomstige functies aan de orde komen.

Terug naar top    

1.3 Vigerende bestemmingsregeling
Het te herziene deel van het geldende plan (Kootwijk 3 partiele herziening, vastgesteld 13 maart 1985, goedgekeurd 25 november 1986) bevat de bestemming "Natuurgebied met de aanduiding: antenneterrein telecommunicatie". De voorschriften laten het oprichten van antennemasten en bijbehorende gebouwtjes toe. Het geldende bestemmingsplan geeft geen enkele restrictie ten aanzien van het aantal en de hoogte van de zendmasten en het daarop aanbrengen van verlichting. De gebouwtjes zijn beperkt tot totaal 1500 m2 en een goothoogte van 3 meter.

Terug naar top    

1.4 Werkwijze en procedure
De inhoudelijke voorbereiding van het bestemmingsplan vindt plaats door ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeente Apeldoorn en externe adviseurs van Amer Adviseurs. Bij de opstelling van het bestemmingsplan wordt het platform "Kootwijk", de Wijkraad Radio Kootwijk en KPN als belangengroep geÔnformeerd.

In november 1998 is het plan aan de bevolking (inspraak) en andere belanghebbenden (vooroverleg ex art 10 Bro) voorgelegd. Het is de bedoeling het ontwerpbestemmingsplan voor het voorbereidingsbesluit afloopt (dus uiterlijk 18 januari 1999) ter visie te leggen.

Terug naar top    

2 BELEIDSKADERS

2.1 Rijksbeleid
BeleidscategorieŽn uit rijksnota van toepassing op het plangebied

  • Kern gebied Ecologische Hoofdstructuur (Structuurschema Groene Ruimte en Natuurbeleids plan)
  • Groene koers (Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra)
  • Nationaal Landschapspatroon: behoud en herstel bestaande landschapskwaliteit van het CVN (Structuurschema Groene Ruimte)
  • Waarde vol Cultuurlandschap Veluwe (Structuurschema Groene Ruimte)

Het zendstation van Radio Kootwijk is gelegen midden in bet Centraal Veluws Natuurgebied (CVN). Het CVN is bet grootste aaneengesloten bos- en natuurgebied van Nederland en bestaat overwegend tilt droge boscomplexen, droge en natte heide en yennen. Het gebied kent belangrijke natuur- en landschapswaarden en is cultuurhistorisch en aardkundig van grote betekenis. Dit komt onder meer tot uitdrukking in rijksnota's, zoals bet Natuurbeleidsplan, de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening (VINEX) en bet Structuurschema Groene Ruimte.

Op basis van het Natuurbeleidsplan (juni 1990) is de realisering van de daarin opgenomen ecologische hoofdstructuur in gang gezet. Het CVN is een gebied dat aangewezen is als open ruimte en kerngebied van de ecologische hoofdstructuur. In kerngebieden ligt het accent op behoud en ontwikkeling van de aanwezige ecologische waarden.

In de VINEX (juni 1991) is bet koersenbeleid voor de Iandelijke gebieden gepresenteerd. Het koersenbeleid is richtinggevend voor veranderingen in ruimte- en grondgebruik in bet Iandelijk gebied. Voor elke regio in Nederland is nagegaan welke ontwikkeling of tendens gaande is of juist gestimuleerd zou moeten worden. De dominante en wenselijke tendensen zijn aangegeven met een viertal koerskleuren. Voor bet Centraal Veluws Natuurgebied, en dus ook bet plangebied, geldt de groene koers. In de groene koers staat behoud en ontwikkeling van natuurwaarden voorop. Dat wil zeggen dat de ontwikkelingen moeten worden afgestemd op bet duurzaam functioneren en verbeteren van de ecologische hoofdstructuur.

Ingrepen die de wezenlijke kenmerken en waarden aantasten, worden in bet CVN niet toegestaan, tenzij een zwaarwegend algemeen of maatschappelijk belang het afwijken hiervan noodzaakt. In bet Structuurschema Groene Ruimte (december 1995) zijn de belangrijke maatregelen voor bet nationale ruimtelijk beleid voor onder andere natuur en Iandschap beschreven en vormen bet uitgangspunt voor bet rijksbeleid in de genoemde beleidsterreinen. Verder is bet CVN hierin als onderdeel van bet Waardevol Cultuurlandschap Veluwe opgenomen.

Terug naar top    

2.2 Provinciaal beleid
Het voor bet CVN rijksrestrictief beleid is vertaald in bet Gelders natuur- en ruimtelijk beleid, zoals vastgelegd in bet Streekplan Gelderland 1996. De beleidsstrategie voor dit gebied is dan ook gericht op behoud van de aanwezige kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen in dit gebied dienen kritisch beoordeeld te worden. In het streekplan is het landelijk gebied in categorieŽn ingedeeld, waarmee richting gegeven wordt aan de ontwikkelingsmogelijkheden voor de verschillende functies. Voor het plangebied en de omliggende gronden geldt de "zwaarste" categorie 'Iandelijk gebied A'. Binnen deze categorie is de functie natuur richtinggevend. Het beleid is niet alleen gericht op bescherming en instandhouding van het bestaande areaal natuur en bos, maar ook op areaalvergroting en kwaliteitsverbetering. De ontwikkeling van andere functies in deze zone moet passen binnen de natuurdoelstellingen. Uitbreiding van stedelijke activiteiten is in Iandelijk gebied A uitgesloten (blz. 61 en 62 streekplan).

Specifiek bij het oprichten van masten gelden de volgende uitgangspunten (zie blz. 103 streekplan):

  • bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van bestaande masten. Nieuw op te richten masten moeten aansluiten op bestaande stedelijk gebied;
  • beschermde stads- en dorpsgezichten en waardevolle cultuurhistorische objecten moeten worden ontzien;
  • bestaande straalverbindingspaden mogen niet worden belemmerd door bebouwing en beplanting.

Terug naar top    

2.3 Gemeentelijk beleid

Structuurplan Landelijk Gebied
In het Structuurplan Landelijk Gebied (maart 1994) worden (ruimtelijk) relevante sector- en facetbelangen afgewogen, waarbij tevens de gevolgen voor de langere termijn worden aangegeven (tot 2015). Het structuurplan biedt een raamwerk voor te herziene bestemmingsplannen buitengebied. Het structuurplan besteedt apart aandacht aan milieuhygiŽnische randvoorwaarden.

Het Structuurplan deelt het Iandelijk gebied van Apeldoorn zones in. Per zone wordt in een streefbeeld aangegeven welke kant Apeldoorn op wil met haar Iandelijke gebieden. Deze streefbeelden zijn vertaald in een ontwikkelingskaart. Het rijks- en provinciaal beleid is in de streefbeelden 'doorvertaald' naar een eigen gemeentelijk beleid. Het plangebied valt geheel binnen de zone 'Stuwwal/Veluwe'.

Beleidslijnen zone Stuwwal/Veluwe
De hoofddoelstelling voor dit gebied is natuurbehoud. Dit gebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van uitgestrekte bossen en heidevelden. Er zijn veel ecologische verbindingszones, vooral voor de droge organismen. Binnen en direct rondom het plangebied worden twee hoofdfuncties onderscheiden: natuurgebied met open karakteristiek (heide) en natuurgebied met gesloten karakteristiek (bos). Radio Kootwijk zelf is aangeduid als belangrijke cultuurhistorische bebouwing. Het woon/werkcomplex Radio Kootwijk wordt om die reden genoemd als 'kandidaat beschermd dorpsgezicht'.

Straalpad
Door het plangebied loopt een straalpad vanaf de radio- en tv-toren in het Ugchelse bos in oostwestrichting over het antenneterrein. Hiermee moet rekening worden gehouden bij de opstelling van het bestemmingsplan.

Luchtverkeer
Er bestaat voor mastverlichting als attentieverlichting voor de Iuchtvaart op dit moment nog geen algemene regelgeving. De Rijks Luchtvaart Dienst hanteert de afspraken die hierover zijn gemaakt met het Ministerie van Defensie. Deze afspraken houden in dat masten lager dan 100 meter niet verlicht behoeven te worden. Hogere masten dienen afhankelijk van de locatie minimaal roodwit geschilderd te worden, dan wel voorzien te zijn van een wit flitslicht overdag en rode verlichting 'S nachts. Deze hoogtemaat is gebaseerd op de gebruikelijke minimale vlieghoogte van 150 meter.

Terug naar top    

2.4 Conclusies
Samengevat kan gesteld worden dat in het CVN belangrijke natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, die ook als zodanig worden erkend en beschermd. Het hierop op rijks- en provinciaal niveau ontwikkelde en vigerende beleid zal bij de beoordeling van de aanvraag om de vier hoge masten te plaatsen, in acht moeten worden genomen.


De bestaande historisch gegroeide situatie doet, vanwege het ontbreken van hoge en van verlichting voorziene masten, slechts in een beperkte mate afbreuk aan het in het gebied aanwezige landschapsbeeld. Van ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat is in de huidige situatie geen sprake. Uit het restrictieve overheidsbeleid voor dit gebied vloeit voort dat een verdere toename van verstedelijking moet worden geweerd. Het plaatsen van hogere zendmasten dan nu aanwezig zijn, druist dus duidelijk in tegen het restrictieve beleid.

Terug naar top    

3 RESULTATEN VAN ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de huidige situatie op het antenneterrein en de gevraagde ontwikkelingen betreffende de oprichting van de hoge masten nader toegelicht. Daarnaast wordt dieper ingegaan op de aanwezige natuur-, landschaps- en cultuurwaarden in dit gebied, alsmede een beschrijving van de gevolgen voor deze waarden indien hoge masten zouden worden toegelaten. De resultaten van dit onderzoek leiden tot uitgangspunten voor het plan, welke vertaald worden in de juridische planopzet.

3.1 Antenneterrein

Huidige situatie
Op het telecommunicatiecentrum Radio Kootwijk staat onder andere een zendergebouw, waarin een aantal kortegolfzenders staat opgesteld ten behoeve van het scheeps- en luchtvaartverkeer. De daarbij behorende antennes en reeds aanwezige antennes staan op het antenneterrein en hebben een hoogte variŽrend van 20 tot maximaal 70 meter (zie afbeelding hiernaast). Verder staat op het telecommunicatiecen-trum een groot aantal gebouwen waarin of van waaruit onder andere PTT Telecom, een werkmaatschappij van KPN, activiteiten verricht. Het zendergebouw en antenne-terrein is eigendom van en in gebruik bij KPN.

Het grootste deel van het plangebied zelf is onbebouwd; er bevinden zich circa 25 masten voor het kortegolf radioverkeer (ca. 70 m hoog) en circa tien masten als proef-opstellingen etc. voor het GSM-net (ca. 50 m hoog). De functie van het complex als kortegolfzendlocatie ten behoeve van het scheep- en luchtvaartverkeer, wordt binnenkort opgeheven. Vanaf januari 1999 zullen de masten en toebehoren worden gesloopt. De hoogte van de masten die hier tot 1980 stonden, bedroeg circa 200 meter.

Actuele ontwikkelingen Er is een aanvraag gedaan voor de inrichting van een langegolf-zendinstallatie (171 kHz), bestaande uit:

  • 2 parallelgeschakelde zenders, elk met een vermogen van 1 MegaWatt;
  • 4 vakwerkmasten van 335 meter hoog, voorzien van rode en witte obstakelverlichting en opgesteld in een vierkant van 800 bij 400 meter. De grootste breedte van de masten is 3,50 meter. Verder zullen de masten elk op vijf niveaus en in drie richtingen worden getuid (zie afbeelding op de volgende bladzijde).

De zenders worden door bovengrondse verbindingen verbonden met de koppelhuisjes van de twee meest westelijk geplande masten, die fungeren als zendmasten. De twee andere masten fungeren als reflectoren en zijn bedoeld om uitstraling in oostelijke richting te beperken. De zenders worden opgesteld in een ruimte binnen het zendergebouw en de zendmasten op het bestaande antenneterrein. Verder bestaat de inrichting uit een koelinstallatie en een opslagruimte voor koelvloeistof en reserveonderdelen.

De zender is bedoeld om vanaf deze locatie via de Iangegolffrequentie 171 kHz radio-programma's (popmuziek) in de ether te brengen met als verzorgingsgebied de Benelux, Verenigd Koninkrijk, lerland en Noord-Frankrijk.

De masten worden voor de veiligheid van het Iuchtverkeer voorzien van rode en witte obstakelverlichting, die zowel overdag als 's nachts ingeschakeld is. Overdag wordt een sterk en flitsend witlicht ingeschakeld en in de nachtperiode roodlicht. Met het 009 op de minimalisering van de visuele hinder worden de masten lichtgrijs geschilderd. Dat neemt niet weg dat zij boven de boomtoppen van de rond de inrichting gelegen bossen uit zullen steken. De masten zullen zowel overdag als 's nachts als zodanig in de nabije en verre omgeving duidelijk zichtbaar zijn en daarmee in een aanzienlijk deel van het CVN invloed hebben op het landschapsbeeld.

Straalpad
Over het antenneterrein loopt in oost-westrichting een straalpad van de radio- en tv-toren in het Ugchelse bos. In het geldende bestemmingsplan is aangegeven dat er binnen het straalpad niet hoger gebouwd mag worden dan 50 meter ten opzichte van het maaiveld. Daarnaast loopt over de meest zuidelijke hoek van het terrein een straalpad van defensie, waarbij een maximale bouwhoogte van 25 meter aangehou-den moet worden. Dat betekent dat bij zowel de bouw van antennemasten als bij de bouw van tuidraden voor die masten, rekening gehouden moet worden met de beper-kende hoogtemaat die binnen het straalpad geldt. Er mag alleen hoger worden gebouwd (tot de maximaal toegestane bouwhoogte), indien uit contact met de beheerder van het straalpad blijkt dat daartegen vanuit het functioneren van het straalpad geen bezwaar tegen bestaat.

Terug naar top    

3.2 Landschap, natuur en cultuurhistorie
Landschap Radio Kootwijk ligt midden in het CVN. Op afstand tot de dichtstbijzijnde grotere ker-nen bedraagt 15 kilometer, zowel tot aan Barneveld als tot aan Apeldoorn. Naar het noorden en zuiden zijn geen kernen van betekenis aanwezig. Dit betekent dat deze locatie gelegen is in een zeer groot aaneengesloten natuurgebied zonder stedelijke invloeden. De ecologische waarde van het gebied is mede daardoor van zeer grote betekenis. (Zie rapport van het landschapsecologisch onderzoek in het Centraal Ve-luws Natuurgebied-2).

De uniek grote schaal van dit natuur- c.q. bosgebied vraagt een zeer terughoudende benadering in de zin van stedelijke ingrepen. Voor de kernen in het CVN worden, als formele uitwerking van het Streekplan, bebouwingscontouren vastgelegd, die zeer strikt de bestaande grens tussen bebouwing en buitengebied volgen. Gebieden buiten die kernen zijn aan het Rijksrestrictiebeleid onderhevig, toename van bebou-wing/verstedelijking is in die gebieden niet of nauwelijks toegestaan. Slechts binnen zo'n contour mag gebouwd worden, maar wel met de nodige restricties. Dit houdt in dat de hoogte en de impact van de bebouwing aan grenzen onderhevig is. De bebou-wingshoogte zou wenselijkerwijs in het algemeen, in ieder geval onder de boomgrens moeten vallen (circa 20 meter, met uitzondering van de zuidzijde waar, gegeven de schrale bodem, de hoogte beperkt blijft tot 10 meter). Waar de hoogte in de huidige situatie de boomgrens overstijgt wordt dit slechts gedoogd.

Voor Radio Kootwijk is geen bebouwingscontour opgesteld, omdat de nederzetting niet als kern in het kader van het streekplan wordt aangemerkt. De regels betreffende be-bouwing in het CVN zijn daarom van invloed. Dit houdt in dat er nog grotere beperkin-gen worden opgelegd dan binnen de bebouwingscontouren. Het terugdringen en sane-ren van bebouwing, dus het herstel van de natuurlijke waarden is het uitgangspunt in het CNV.

Betreffende het zenderpark bestaat de huidige verstedelijkingsvorm uit ongeveer 50 masten waarvan de grootste hoogte 70 meter bedraagt. De hoogte van de overige masten varieert van 18 tot 50 meter. Bij een conserverend beleid zou de huidige grootste maat als recht kunnen gelden. Dat wil zeggen dat er, afgerond, een maximale hoogte van 70 m in de voorschriften wordt vastgelegd. Bij een beleid tot herstel van de natuurlijke waarde van het gebied zou de hoogte van de masten juist sterk geredu-ceerd moeten worden, bij voorkeur tot nul.

De visuele invloed van de huidige masten reikt door de aanwezigheid van omliggende bospercelen van 0 km tot 4 kilometer ter plaatse van heidegebieden. Bij grotere toe-gelaten hoogtes zullen de masten de afschermende werking van de bospercelen over-stijgen. De visuele invloed kan dan 8 km zijn. In extreme gevallen, zoals bij de installa-tie van Delta Radio is het niet ondenkbaar dat de masten tot in de Gelderse Vallei zicht-baar zijn.

Evenals de visuele invloed van hogere masten extrapoleert het grondbeslag van de tuidraden eveneens. Bij 100 meter hoge masten is het oppervlak circa 1 hectare, bij 300 m hoge masten is het oppervlak meer dan 9 ha. Indien dezelfde verhouding wordt toegepast op de zichtbaarheid, dan is een 100 m mast binnen 12,5 km2 zichtbaar en een 300 m mast binnen 113 km2, uitgaand van dezelfde mate van belemmeringen. Visuele invloed kan zich ook op grotere afstand voordoen indien zich daar grote aan-gesloten open gebieden bevinden zoals in de Gelderse Vallei.

Omdat masten hoger dan 100 meter 's nachts verlicht moeten zijn, is de visuele in-vloed dan nog veel groter. Het onderhavige gebied geldt als een van de weinige loca-ties waar nog natuurlijke duisternis heerst, niet verstoord door verlichting van boorto-rens, glastuinbouw, industrie of woonwijken en snelwegen.

De relatieve impact van te hoge of te goed zichtbare bebouwing kan men bestempelen als het opdelen van een groot onaangetast gebied in twee kleine onaangetaste gebie-den. De waarde van een onaangetast gebied neemt echter exponentieel af met de verkleining van de omvang ervan (het geheel is altijd meer dan de som der delen). Het is daarom dat er alles aan gelegen is om een zo groot mogelijk aaneengesloten land-schappelijke eenheid te formeren en te behouden.

Natuur
In het gebied is een grote verscheidenheid aan (deels beschermde) dieren en insecten aanwezig, zoals: herten, reeŽn, wilde zwijnen, vogels, amfibieŽn, reptielen, vlinders en libellen. Het is in verband hiermee van groot belang dat bovengenoemde ecologische- en natuurwaarden behouden blijven.

De genoemde gebiedseigen duisternis in het gebied waar de inrichting is gelegen, is ook vanuit faunistisch oogpunt van groot belang. Duisternis is, voor verschillende dier-soorten mťťr dan het verschil tussen wel en niet kunnen zien. Verstoring van de duis-ternis, bijvoorbeeld door de verlichte masten, verstoort bij dieren vooral de biologische klok, die aan de hand van de daglengte de jaarlijkse activiteiten stuurt, zoals de sei-zoentrek, voortplanting en rui. Ook kan het de dagindeling in de war brengen, de trek-bewegingen tussen rust- en foeragegebieden bijvoorbeeld. Verlichting stoot dieren af of trekt ze aan, afhankelijk van de sterkte en spectra~e samenstelling van het licht.

Daarnaast is het plaatsen van vier hoge masten met tuidraden zowel overdag als 's nachts een obstakel voor vogels.

Cultuurhistorie
De gemeente Apeldoorn is voornemens een verzoek in te dienen om het dorp Radio Kootwijk toe te voegen aan de Rijksmonumentenhijst en de nederzetting en ook het antenneterrein aan te wijzen tot Rijks Beschermd Dorpsgezicht. Het radiozendstation zelf is reeds een Rijksmonument. Het belang dat vanuit cultuurhistorie aan dit gebied gegeven kan worden is dus gezien de (gewenste) waardering en plaatsing op de Rijksmonumentenlijst hoog.

Afwegingen

Cultuur

  • De aanwezigheid van het zenderterrein en de aanwezige zendapparatuur heeft een cultuur-historische achtergrond, waarbij het algemeen belang een belangrijke rol heeft gespeeld. Deze vanaf de jaren '20 historisch gegroeide situatie zou bij een beoordeling op inpasbaarheid op dit moment, onder geen enkele voorwaarde op de huidige locatie worden toegestaan.
  • In de huidige situatie is de inbreuk op het landschapsbeeld - zeker na het buiten gebruik stellen en ontmantelen van de 200 m lange zendmasten begin jaren tachtig - relatief beperkt. De momenteel aanwezige masten hebben - relatief beperkt. De momenteel aanwezige masten hebben een beperkte hoogte en zijn niet voorzien van obstakelverlichting.

Landschap

  • De plaatsing van vier hoge masten van ca. 335 m is een enorme ingreep in het landschap. Het effect zal over tientallen kilometers opvallend zichtbaar zijn. De masten zullen gaan werken als een landmark, zowel op kleine als op grote afstand van de locatie. Juist hier in het CVN wordt geen nieuwe landmark gewenst. Dit is een van de weinig gebieden in Nederland waar mensen uren kunnen ronddolen zonder verstedelijkingselementen te zien. Met name de beleving vanuit de open plekken in de bosgebieden zal aanmerkelijk in negatieve zin worden beÔnvloed. De huidige masten zijn immers beduidend lager en niet verlicht. Wanneer er sprake zou zijn van een volledig vrije keuze zou, juist nu de kortegolffunctie begin 1999 wordt gestaakt, de nulvariant de voorkeur verdienen. Een dergelijke keuze houdt het risico van een planschadeclaim in. Daarnaast lijkt er zich dan strijdigheid voor te doen met de voorgenomen aanwijzing tot Beschermd Dorpsgezicht, waarin het aspect cultuurhistorie (onder andere bestaande uit de zendfunctie) een belangrijke rol speelt. De raadscommissie voor Ruimtelijke Ontwikkeling heeft aangegeven zo-ver niet te willen gaan.
  • Daarnaast kunnen de masten een negatieve associatie oproepen, het symboliseren van het weinig respectvol omgaan met de landschappelijke kwaliteiten en natuur-waarden van de Veluwe. Ze symbohseren een vorm van verstedelijking van het CVN.

Natuur

  • Tenslotte leidt plaatsing van de hoge masten tot verstoring van vele faunistische waarden.

Aanbevelingen
Om bovengenoemde redenen wordt uit oogpunt van natuur, landschap en cultuurhisto-rische aspecten de plaatsing van masten hoger en groter in aantal dan flu aanwezig, niet acceptabel geacht.

Hoewel het bestemmingsplan het wel mogelijk maakte, is er de afgelopen 20 jaar, be-houdens het initiatief van Delta Radio, geen ontwikkeling aan de orde geweest die de oprichting van hoge masten beoogde. Mede gelet op het op verschillende niveaus vi-gerende restrictieve beleid (Vinex, Streekplan, Structuurplan), ligt het voor de hand, in een nieuw bestemmingsplan, de onbeperkte hoogte aan beperkingen te onderwerpen. Gekozen zou kunnen worden voor een regeling waarbinnen:

  • het maximum van een antennemast wordt gesteld op de grootste thans voorko-mende hoogte, afgerond op 70 meter,
  • een wijzigingsbevoegdheid wordt opgenomen voor een hoogte tot 100 meter (mede gebaseerd op de maximale hoogte waarbij geen attentieverlichting voor de lucht-vaart benodigd is), mits:
    • er geen onevenredige aantasting van landschap en natuur optreedt door het bouwwerk;
    • als gevolg van de functie van de hogere mast(en) er geen onevenredige aantasting plaats kan vinden van de woon-, werk- en verblijfsmogelijkhe-den binnen de omliggende bestemmingen (binnen en buiten de gemeente-grenzen)1.

Terug naar top    

1) In principe zijn dat milieuaspecten, die niet via RO geregeld kunnen worden. Op het moment waarop echter de milieuaspecten zodanig zwaar worden dat er aantoonbaar in de omgeving niet meer (zonder onevenredig nadelige effecten) gewoond, gewerkt/gerecreŽerd kan worden, is er sprake van een ruim-telijke afweging van functies ten opzichte van elkaar. Er is dan sprake van verdringing, waarover de RO aan belangenafweging mag doen.

4 UITGANGSPUNTEN VOOR HET PLAN

Motivering voor de gekozen hoogte
Het gebied rond de inrichting wordt in de eerder genoemde rijks- en provinciale nota's omschreven als een landschappelijk zeer waardevol bos- en natuurgebied. Het pro-jecteren in dit gebied van masten die aanmerkelijk hoger zijn dan de masten die hier vanaf begin jaren '80 aanwezig zijn, zullen zowel overdag als 's nachts (door verlich-ting), dominerende en, in visueel opzicht, storende elementen in het gebied vormen. Bovendien zullen dergelijke masten een aanzienlijke uitstraling op de wijde omgeving hebben en leiden tot een schaalvergroting ten opzichte van de huidige situatie. Het landschapsbeeld zal daardoor veranderen. Zo'n verandering is geen verbetering, zo-dat de conclusie moet zijn dat sprake is van aantasting. Om die reden en omdat de beleidslijnen van de overheden duidelijk aangeven geen toename van verstedelij-kingsvormen te willen, wordt de hoogte van te bouwen masten op het complex aan een maximum gekoppeld en wordt aansluiting gezocht bij de hoogte van de thans aanwezige en in gebruik zijnde antennemasten.

Indachtig het restrictief beleid dat in het Streekplan en Structuurplan wordt voorge-staan voor het CVN is een verruiming van de huidige werkelijke situatie als recht niet wenselijk. De nu voorgestane regeling sluit goed aan op de bestaande situatie en biedt bovendien enige reserve om in te spelen op urgente ontwikkelingen die die maat overstijgen. De nu voorgestelde regeling is gebruikelijk voor activiteiten met het karakter van een bedrijf of voorziening in het buitengebied en zeker in een natuurgebied als het CVN.

Bestemmingsregeling
De hoofdbestemmingen zullen gelijk blijven aan die in het vigerende bestemmingsplan, alleen de bebouwingsvoorschriften zullen worden aangepast.

Toegestaan worden masten van maximaal 70 m hoog. Via een wijzigingsbevoegdheid kan onder zwaarwegende voorwaarden een hogere mast worden toegestaan met een maximum hoogte van 100 m. Extensief gebruik van het gebied blijft kernzaak, mede om die reden wordt in het bestemmingsplan geen hoge prioriteit gegeven aan zendin-stallaties welke hoge masten vergen.

Het aantal masten wordt gemaximaliseerd op 46 stuks. Wanneer een antenne uit meerdere masten bestaat is het aantal masten maatgevend.

In de voorschriften wordt bepaald dat de mastconstructie beoordeeld moet worden op een voldoende mate van transparantie.

Tevens is in de voorschriften opgenomen de mogelijkheid van het stellen van nadere eisen aan de locatie van nieuw op te richten antennemasten. Die nadere eisen kunnen enkel worden gesteld om (binnen de functionele eisen die eventueel gelden ten aan-zien van de plaatsing en onderlinge afstanden tussen masten), de zichtbaarheid van de masten vanuit de woningen c.q. de woonomgeving ten zuidoosten van de Gerrits-flesweg, Radioweg en Turfbergweg en voorts het Geodesiestation, te minimaliseren. Er wordt dan gestreefd naar een zo groot mogelijke afstand van de antennemasten tot de woonomgeving.

Terug naar top    

5 PLANBESCHRIJVING
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop in het plan op kaart en voorschriften de uitgangspunten zijn vertaald in bestemmingen en aanduidin-gen. De beschrijving vindt plaats aan de hand van het kaartblad van het bestem-mingsplan schaal 1:5.000.

Natuurbestemming
Overeenkomstig de regeling in het vigerende bestemmingsplan wordt het gehele plan-gebied omvattende het gehele antenneterrein bestemd als "Natuurgebied".

Straalverbindingstraject dubbelbestemming
De twee aanwezige straalpaden worden, overeenkomstig het vigerende bestem-mingsplan, in het plan opgenomen. Op de gronden gelegen binnen de dubbelbestem-ming "Straalverbindingstraject" mag niet hoger worden gebouwd dan 50 meter boven het maaiveld voor wat betreft het oost-west georiŽnteerde straalpad en 25 meter bij het noord-zuid gerichte straalpad, behoudens in die situatie waarin volgens de beheerder van het straalpad een grotere hoogte de functie van het straalpad niet belemmert. Het andere straalpad, wat nog is aangegeven in het vigerende plan, is inmiddels niet meer in gebruik en wordt daarom niet opgenomen.

Aanduiding antenneterrein telecommunicatiecentrum
Binnen het gehele plangebied is de aanduiding "antenneterrein telecommunicatiecen-trum" van toepassing. Dat betekent dat binnen het plangebied ruimte geboden wordt voor het oprichten van masten en schotelantennes(zend- en ontvangstinstallaties, geen gebouwen zijnde. De hoogte van de masten is verbonden aan een maximum van 70 meter. Omdat schotels een behoorlijke bouwmassa hebben, zouden deze niet al te veel moeten afwijken van de gangbare of gemiddelde bouwhoogte van gebouwen in het terrein, vandaar de keuze voor 10 meter. Tevens mogen gebouwen ten dienste van de masten en antennes worden gebouwd, met een goothoogte van maximaal 3 meter en een oppervlakte van maximaal 25 m2 per antennemast.

Via een wijzigingsbevoegdheid kunnen onder zwaarwegende voorwaarden hogere masten worden toegestaan, met een maximum van 100 meter hoog.

Terug naar top    

6 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

6.1 Behandeling raadscommissie
Het voorontwerp is behandeld in de raadscommissie Ruimtelijke Ordening op 12 no-vember 1998.

De belangen en de waarde van het Centraal Veluws Natuurgebied heeft de commissie unaniem doen besluiten de hoogte van de masten te beperken tot 70 meter en na een te doorlopen procedure 100 meter toe te staan. Het aantal masten dient daarbij be-perkt te blijven tot het huidig aantal, zodat vervanging in ieder geval mogelijk is. Binnen de voor-gaande beperkingen acht de commissie behoud van de zendfunctie vanuit het aspect cul-tuurhistorie belangrijk.

Terug naar top    

6.2 Resultaten inspraak en overleg, ex artikel 10 B.r.o.
In het kader van de inspraak heeft het voorontwerpbestemmingsplan vanaf 2 novem-ber 1998 vier weken ter inzage gelegen, en kon schriftelijk worden gereageerd op het plan.

In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 10 van het Besluit op de Ruimtelijke Or-dening 1985 is het voorontwerp van het bestemmingsplan naar de gebruikelijke in-stanties en direct betrokkenen verzonden.

Hieronder volgen de verkorte versies van de reacties uit de inspraak en het voorover-leg, gevolgd door een beantwoording.

KPN Telecom BV te Den Haag:

  • 1. De voorgestelde beperking van de bouwhoogte voor zend- en ontvangstinstallaties resul-teert in een ingrijpende aantasting van de zendmogelijkheden vanuit Radio Kootwijk. Beneden een maximaal toegestane bouwhoogte van 350 meter wordt de bedrijfs-voering ernstig aangetast en neemt de commerciŽle waarde van het terrein sterk af. Op basis van het feit dat tot aan 1980 masten van 210 meter hoog op het ter-rein heb-ben gestaan werd aangenomen dat minimaal diezelfde hoogte bij wijzigingen van het bestemmingsplan zou worden gehandhaafd. Ontwikkelingen in de omgeving hebben volgens KPN geen aanlei-dingen gegeven om die hoogte te beperken.
  • Antwoord: Inmiddels is sedert 1980 in de samenleving het besef ontstaan dat het Veluwse Iandschap van zeer grote waarde is voor natuur en bevolking en dat be-scherming en ver-sterking van de natuurwaarden van nationaal belang zijn. In die zin is het beleid op alle schaalniveaus sterk restrictief inzake niet binnen die natuurwaar-den passende ontwikkelin-gen. Het bouwen van hoge antennes is daar ťťn van. In de toe-lichting van het bestem-mingsplan is aangegeven dat de zichtbaarheid en daarmee de impact op de omgeving sterk toeneemt naarmate hogere masten worden gebouwd.

  • 2. Men bestrijdt de invloed van de attentieverlichting voor Luchtverkeer omdat de lam-pen zo-danig kunnen worden afgeschermd, dat de lichtuitstraling voor mens of dier niet als sto-rend wordt ervaren.
  • Antwoord: De uitstraling naar de grond kan afgeschermd worden, in horizontale en verti-cale richting zal afscherming niet mogelijk zijn. Het gevolg is dat de masten 's nachts van verre zichthaar zijn, daarmee verdwijnt de beoogde duisternis over grote afstanden. Nachtvogels, waarvoor duisternis een levensnoodzaak is, worden daardoor wel degelijk gehinderd.

  • 3. De voorwaarden waarbinnen B&W bevoegd zijn ontheffing te verlenen voor een grotere hoogte zijn zodanig geformuleerd, dat hieraan redelijkerwijs nimmer aan kan worden voldaan. Bovendien is aan de term "zwaarwegend maatschappelijk belang" voor een commercieel bedrijf als KPN nauwelijks te voldoen.
  • Antwoord: De gebruikte term en randvoorwaarde "zwaarwegend maatschappelijk belang" zal komen te vervallen, vanwege de door u genoemde reden. De overige wij-zigingsvoorwaarden blijven gehandhaafd om in eerste instantie de hoofdbestemming van het antenneterrein, zijnde "natuurgebied" in voldoende en overtuigende mate te kunnen garanderen en bovendien het milieu en de volksgezondheid te beschermen.

  • 4. De beperking van de bouwhoogte voor schotelantennes tot 10 meter is gezien de huidige ontwikkelingen niet realistisch. De huidige schotelantennes hebben een door-snede van 30 m. terwijl zjj zich 10 meter boven de grond bevinden. De maxima!e hoogte zal derhalve niet lager mogen zijn dan 50 meter.
  • Antwoord: De genoemde hoogte is gebaseerd op de maximale hoogte voor gebou-wen. Een tamelijk massieve constructie als een schotelantenne heeft nagenoeg het-zelfde effect als een gebouw, namelijk dat het doorzicht over het terrein wordt beperkt.

  • 5. De gemeente Apeldoorn wordt aansprakelijk gesteld voor de planschade welke ont-staat doordat bij de huidige hoogtebeperkingen zowel de commerciŽle als de maat-schappelijke waarde in grote mate afneemt, zodanig dat de zendbestemming illusoir wordt.
  • Antwoord: Indien een bedrijf schade leidt ten gevolge van een bestemmingsplan kan een verzoek tot schadevergoeding worden ingediend bij de gemeenteraad. Dat kan pas na het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het bestemmingsplan om-dat de nieuwe planologische situatie dan pas juridisch vaststaat.

KPN-Telecom, Hoog Soeren:
Indertijd is door de P17 de maximaal toelaatbare bouwhoogte binnen straalverbin-dingstrajecten bepaald op 95m+NAP, Ca. 50 meter boven maaiveld. Ook flu nog is deze hoogte toelaatbaar. Verzocht wordt de abusievelijk in het bestemmingsplan ge-noemde maat van 15m te wijzigen in 50meter, in zowel de toelichting als de voor-schriften.
Antwoord: Genoemde opmerking zal verwerkt worden.

Ministerie van Defensie, Directie Gelderland, Apeldoorn:
Binnen het plangebied Is een straalverbinding gelegen van Arnhem naar Nieuw-Milligen. Deze verbinding is echter niet opgenomen op de plankaart. Verzocht wordt deze straalverbinding alsnog op te nemen, en de voorschriften daarop aan te passen conform het bij gevoegde voorbeeld.

Antwoord: Het verzoek van Defensie zal worden verwerkt.

Stichting Platform Kootwijk, Radio Kootwijk:

  • 1. Het SPK vertrouwt erop dat zij tijdig zal worden geÔnformeerd over de resultaten van de inhoudelijke voorbereiding tav de verwerking van voorstellen en opmerkingen.
  • Antwoord: Het SPK zal over inhoud en voortgang worden geÔnformeerd.

  • 2. SPK adviseert de aanduiding 'antenneterrein" op te heffen, en het gebied de exclu-sieve bestemming "Natuurgebied" toe te kennen, mede in het licht van de voorgeno-men bedrijfsbeŽindiging op deze locatie door KPN-Telecom. Nieuwe initiatieven pas-sen niet in het restrictief beleid.
  • Antwoord: Er bestaat geen aanleiding om de pure zendfunctie te beŽindigen, mits de te installeren zenders en masten geen onevenredige overlast en schade opleveren voor de omgeving. Bovendien is het zendergebouw als Rijksmonument onverbrekelijk verbonden met het zenderpark. Het antenneterrein staat daarom ook op de nominatie om aangewezen te worden als Rijks Beschermd Dorpsgezicht.

  • 3. Mocht KPN handhaving van de aanduiding antenneterrein kunnen afdwingen dan zou de hoogte van de masten in ieder geval! teruggedrongen moeten worden tot maximaal 60 meter. Deze hoogte is ontleend aan de op het terrein geassembleerde GSM-masten, die niet hoger zijn dan 55 m. De huidige hoogte van aanwezige masten is volgens SPK 60m, deze maat zou als recht kunnen gelden.
  • Antwoord: Anticiperend op het restrictieve beleid inzake het CVN zal de hoogte be-paald worden op de huidige situatie, waarbij de thans hoogste mast (70m) maatge-vend is. Wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven kan in een voorko-mend geval en dan slechts na het volgen van een zware procedure het maximum ver-hoogd worden tot 100 meter.

  • 4. Het aantal! masten zou gelimiteerd moeten worden, het liefst op nul Indien dat jurl-disch niet haalbaar is zal de visuele impact minimaal moeten zijn. Er moet in de voor-schriften worden aangegeven dat de minst opvallende antenneconstructie gekozen moet worden. Tevens moet een clausule worden opgenomen waarbij de initiatiefne-mer de plicht heeft aan te tonen dat de installatie geen gevaar of overlast oplevert, het voorzorgsprincipe.
  • Antwoord: Zie hiervoor ook ons antwoord op uw punt 2, waaruit blijkt dat de zender-functie onder voorwaarden kan blijven bestaan, waaruit volgt dat er antennemasten worden toegelaten. De basisbestemming van het terrein is natuurgebied. Om te voor-komen dat de natuurwaarde van het terrein in het gedrang zal komen, is besloten om een limiet te stellen aan het aantal masten en aan het bebouwingsoppervlak per mast van een bijbehorend gebouwtje. Bovendien wordt een regeling opgenomen om de transparantie van de antennesystemen en mastconstructies te verzekeren. Het huidig aantal, zijnde 36 korte golfmasten en circa 10 GSM-masten, wordt als maatstaf geno-men voor het maximaal te realiseren aantal masten. De initiatiefnemer zal in het kader van de aanvraag milieuvergunning moeten aange-ven welke effecten een zendinstallatie heeft op de gezondheid. Het is juridisch niet mogelijk een dergelijke voorwaarde in een bestemmingsplan op te nemen.

Gemeente Barneveld:
De gemeente kan zich vinden in het beperken van de hoogte van de masten, en be-veelt aan om bovendien het aantal masten te beperken. Met een onbeperkt aantal masten is geen Barnevelds belang in het geding, de gemeente beveelt onverwijlde voortzetting van de procedure aan.

Antwoord: Het aantal masten zal op basis van restrictief beleid gelimiteerd worden op het huidige aantal van 46 masten.

Dorpsraad Belangenvereniging Radio Kootwijk, te Radio Kootwijk:
Het herstel en saneren van bebouwing is het uitgangspunt in het CVN. Daarom zou de hoogte sterk gereduceerd moeten worden, het liefst tot nul. Bij masten van 100 tot 150 meter hoogte zijn installaties mogelijk die grote gevaren voor de volksgezondheid met zich meebrengen, zelfs een televisietoren is mogelijk. Deze effecten treden min-der ver op dan bij hoge lange golfzenders, maar zijn minstens zo sterk. Bepleit wordt om de aanduiding "antenneterrein telecommunicatie" te schrappen, mocht dit juridisch niet mogelijk zijn dan zou de hoogte strikt beperkt moeten worden tot de huidige 70 meter.

Antwoord: De aanduiding antenneterrein telecommunicatie kan niet volledig verdwij-nen gezien de onverbrekelijke band van het zendergebouw met een bijbehorend an-tenneterrein. Dit laatste heeft te maken met de status van Rijksmonument voor het zendergebouw en de verwachte aanwijzing tot monument van het antenneterrein. Het aantal masten zal worden beperkt tot het huidige aantal. De maximale hoogte is be-paald op 70 meter, pas na een zware procedure kan tot 100 meter worden gebouwd. De regeling wordt zodanig worden gewijzigd dat er inzake de constructiewijze en be-oogde transparantie eisen worden gesteld. De initiatiefnemer zal in het kader van de aanvraag milieuvergunning moeten aantonen dat de zenderinstallatie niet schadelijk is voor de gezondheid. Het is juridisch niet mogelijk een dergelijke voorwaarde in een bestemmingsplan op te nemen.

Stichting werkgroep milieuzorg Apeldoorn:
De werkgroep onderschrijft de hoogtebeperking van de masten tot 1OOm, kan zich echter niet vinden in de wijzigingsbevoegdheid waarbij het mogelijk is om masten van 150m op te richten. Gemotiveerd wordt met het feit dat masten boven 1OOm verlicht moeten worden, daarmee een inbreuk betekenen voor !landschap en fauna, terwijl de motieven voor het toelaten van de wijziging s!echts subjectief beoordeelt kunnen wor-den.

Antwoord: Aan de zienswijze wordt tegemoet gekomen door de hoogte van de mas-ten in het ontwerpbestemmingsplan terug te brengen tot respectievelijk 70 en 100 meter. De wijzigingsbevoegdheid is aan inspraakregels onderhevig alsmede aan een bezwarenprocedure. Daarin vindt in ieder geval een toets op objectiviteit plaats.

Oud dagelijks bestuur dorpsraad Radio Kootwijk, de heren Mennink, Petrus en Oskam, Radio Kootwijk:
Het Oud Bestuur kan zich vinden in het bestemmingsplan. De voetnoten m.b.t. ge-zondheid en milieu zijn te belangrijk om klein gedrukt te worden. Bij veranderende op-vattingen over de beÔnvloeding van de gezondheid door niet-ioniserende straling zou er een wijziging/toevoeging in het bestemmingsplan mogelijk moeten zijn.

Antwoord: In de toelichting en voorschriften worden bepalingen opgenomen waarin wordt gesteld dat de zenderinstallaties geen gevaar mogen opleveren voor de yolksgezondheid en het milieu, hierdoor worden ook eventuele in de toekomst onderkende gevaren en belastingen ondervangen.

Provincie Gelderland, CoŲrdinatieberaad
Met het oog op de belangen van de omgeving acht de provincie de aanduiding an- tenne-terrein, te ruim. Een inperking tot het bestaande antenneterrein is gewenst.

Antwoord: Het plan beoogt een vergaande inperking van de bouw- en daarmee ge-bruiksmogelijkheden van het complex in vergelijking met het vigerende bestemmings-plan. Omwille van de belangen van het CVN en de omliggende woon- en andere functies loopt de gemeente al een aanzienlijk risico ten aanzien van een planschade-daim. Im-mers bij de beoordeling van zo'n claim gaat het met name om het verschil in planologi-sche regiems (oud en nieuw). Daarom, maar ook om mogelijkheden te blijven bieden voor zinvol gebruik binnen de be-stemming, worden verdergaande beperkingen b.v. ten aanzien van de oppervlakte van het antenneterrein niet voorgestaan. Het advies is wel aanleiding in de voorschriften nadere eisen op te nemen, die gesteld kunnen worden aan de situering van antennemasten. Die nadere eisen kunnen enkel worden gesteld om (binnen de functionele eisen die eventueel gelden ten aanzien van de plaatsing en onderlinge afstanden tussen masten), de zichtbaarheid van masten vanuit de woningen c.q. de woonomgeving ten zuidoosten van de Gerritsflesweg, Ra-dioweg en Turfbergweg en voorts het Geodesiestation, te minimaliseren. Er wordt dan gestreefd naar een zo groot mogelijke afstand tot antennemasten.

Het CVN is ťťn van de weinige gebieden in Nederland, waar nog echte duisternis wordt ervaren. Daarom wordt geadviseerd de wijzigingsbevoegdheid voor masten tot 150 me-ter niet op te nemen, m.n. vanwege de noodzaak van verlichting.

Antwoord: De bedoelde wijzigingsbevoegdheid is niet meer in het plan opgenomen.

De diensten dringen er op aan voor de bebouwing nabij' de Radioweg en de woningen spoedig een conserverend plan op te stellen om bouw- en gebruiksmogelijkheden te be-perken. Er zijn ook niet-monumentale werkplaatsen met een bedrijfsbestemming waar-van het gebruik gegeven de ligging dient te worden beperkt.

Antwoord: Wanneer de aanwijzing tot Rijks Beschermd Dorpsgezicht een feit is en er meer duidelijkheid is ontstaan omtrent de toekomst van het complex wordt een vol-gende herziening in procedure gebracht. Overigens de woningen hebben thans een woon-doeleinden-bestemming, ander gebruik is niet mogelijk. Het bedrijfscomplex heeft de bestemming Telecommunicatie, activiteiten moeten daar dus een duidelijke relatie mee hebben. Het ligt overigens in het voornemen van KPN voor de onderdelen Antennebouw (GSM) en Straalverbindingen een meer courante bedrijfslocatie te zoeken en de ge-bouwen, die daar nu voor worden gebruikt, te slopen.

Terug naar top    

6.3 Economische uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan heeft voor de gemeente geen financiŽle consequenties. Een ex-ploitatie-opzet is dan ook achterwege gebleven.

STAAT VAN WIJZIGINGEN behorende bij de 9e partiŽle herziening van het bestemmingsplan Kootwijk

Terug naar top    

A. De plankaart
De plankaart nr. SA 34-300 van het bestemmingsplan Kootwijk vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad d.d. 21-12-1972 nr. 37525 en goedgekeurd door gedeputeerde staten bij besluit van 13-2-1974 nr. 2746/776-3303 en bij Koninklijk Besluit van 2.5.1972 nr. 12, zoals sedertdien herzien, wordt gewijzigd zoals aangegeven op plan-kaart nr. 803308 d.d. 14.12.1998.

Terug naar top    

B. De planvoorschriften
De planvoorschriften behorende bij het onder A. genoemde bestemmingsplan Kootwijk worden gewijzigd in navolgende zin:

  • 1. in artikel 2.16 (Natuurgebied), lid 14, gaat sub a als volgt luiden:
  • Waar op de plankaart de aanduiding "antenneterrein telecommunicatie" voorkomt mogen antennemasten voor zend- en ontvangstinstallaties, geen gebouwen zijn-de, worden gebouwd ten behoeve van telecommunicatie en navigatie, met een maximum van 46 antennemasten en voorts met een hoogte van niet meer dan 70 meter, alsmede gebouwen ten dienste daarvan met een goothoogte van 3 meter en met een oppervlakte per antennemast van niet meer dan 25 m2. lndien de be-doelde installaties worden gebouwd in de vorm van schotelantennes, mag de hoogte niet meer bedragen dan 10 meter. Onder een schotelantenne wordt ver-staan een antenne in schotelvorm voor ontvangst van diverse vormen van ge-luids- en beeldgolven. Onder een antennemast wordt verstaan een draad, dradenstelsel, stang of stan-genstelsel met bijbehorende constructie voor het ontvangen, resp. uitzenden van electromagnetische golven bij draadloze telegrafie en telefonie, bij televisie en ra-dar. Het maximum aantal antennemasten is het geheel van afzonderlijke anten-nemasten. Van antennemasten die onderling zijn verbonden worden de afzonder-lijke masten geteld.

  • 2. in artikel 2.16 (Natuurgebied), lid 14, wordt toegevoegd sub b dat als volgt luidt:
  • Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, voor zover betrekking hebbend op de maximale hoogte van 70 meter, het aldus bepaalde ingevolge artikel 11 WRO zo-danig te wijzigen dat een maximale hoogte van 100 meter mogelijk is. Het wijzigen mag uitsluitend geschieden onder de volgende voorwaarden:

    • a. er vindt geen onevenredige aantasting van landschap en natuur plaats door het bouwwerk;
    • b. als gevolg van de hogere mast(en) vindt er geen inbreuk plaats op belangen vanvolksgezondheid en milieu, met dien verstande dat er geen onevenredi-ge aantasting plaatsvindt van de woon-, werk- en verblijfsmogelijkheid bin-nen de omliggende bestemmingen;
    • c. de installaties dienen een transparante constructie te hebben, recht doende aan de landschappelijke waarde van de omgeving.

  • 3. in artikel 2.16 (Natuurgebied), lid 14, wordt toegevoegd een sub c dat als volgt gaat luiden:
    • c. Burgemeester en wethouders kunnen, voor zover functionele eisen dat toe-laten, nadere eisen stellen aan de locatie van nieuw op te richten antenne-masten. De nadere eisen mogen enkel verband houden met het bereiken van een zo groot mogelijke afstand tussen de masten en de omringende woonbebouwing en andere functies aan de Gerritsflesweg, Radioweg, Turf-bergweg en het Geodesiestation.

  • 4. artikel 2.19 (Straalverbindingstraject), lid 2, wordt gewijzigd met dien verstande dat "15 meter" komt te luiden: "de hoogte zoals op de plankaart is vermeld".

Terug naar top    

Aldus vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad d.d.

De secretaris,

de burgemeester,