Hallo Bandoeng, '...ja, moeder hier ben ik' | |
| Honderdvijftig Amsterdamse werkelozen schepten voor een kwartje per vierkante meter het stuifduin weg waarop Radio Kootwijk zou verrijzen. Dit gebouw uit het begin van de jaren twintig, zou bekendheid krijgen als een van de gaafste voorbeelden van de Amsterdamse school. Als zender heeft Kootwijk alleen in het liedje 'Hallo Bandoeng' werkelijk furore gemaakt
Het was een Italiaan , die hem aan de vergetelheid ontrukte. Want verder dan een bijzin had hij het nooit gebracht in de geschiedenis van de Nederlandse architectuur. Julius Lutmann (1890-1973) valt de eer ten deel, een van de mooiste monumenten van de Amsterdamse School te hebben gebouwd maar als architect nauwelijks naam te hebben gemaakt. Sterker nog, zijn meest tot de verbeelding sprekende schepping, Radio Kootwijk bij Apeldoorn, waarvoor op 9 augustus 1920 het eerste beton werd gestort, is alleen bij kenners een begrip. Dat heeft voor een deel te maken met de verborgen ligging van het gebouw, dat verscholen ligt in het Veluwse groen, dat via tweede en derderangs wegen bereikt moet worden en alleen op afspraak mag worden bezocht. Wie Radio Kootwijk betreedt, ziet midden in het landschap een kolossaal ogend bouwwerk opdoemen, dat van een afstand alles weg heeft van een kerk. Niet voor niets sprak de Utrechtse hoogleraar in de geschiedenis van de bouwkunde, prof,dr,mr. A.W. Reinink, in dit verband over 'een kathedraal op de Veluwe'. Een technicus uit Soedan vergeleek het ooit met een moskee. Tevens zijn er opmerkelijke overeenkomsten met de Dom van het Zeeuwse Veere.
De Italiaan Giovanni Fanelli omschrijft in zijn belangwekkende monografie 'Moderne Architectuur in Nederland 1900-1940' het radiostation als 'een gesloten geheel van expressief en zeer plastisch werkende monolithische bouwvolumes in gewapend beton'.
In zijn hoofdstuk over de Amsterdamse School wijdt hij aparte woorden aan de 'ten onrechte vergeten' architect Julius Lutmann, een leerling van Kromhout en Berlage, die tussen 1920 en 1922 dit 'persoonlijke, expressionistische en tegelijk rationalistische meesterwerk' bouwde. Opzienbarend is het, met gevoel voor symboliek Oost-West gelegen bouwwerk zeker. In de voorgevel, boven de zwaar decoratieve hoofdingang, wordt het radiocontact tussen Oost en West geaccentueerd door een Europeaan, die wordt geflankeerd door een Oost- en een Westindische vrouwenfiguur met de handen achter de oren: getrouw aan het lied 'Hallo Bandoeng', waarmee Willy Derby in de jaren twintig furore maakte. Het hoofdgebouw naast de ronde koepel bestaat uit zeven stukken, die zich onderscheiden door een laag, bunkerachtig gedeelte met diepliggende, donkere ramen. Daarboven zijn enorme glaspartijen geplaatst, zoals men ook wel aantreft bij de lichtbeuk van gotische kerken. Aan de achterkant maakt de adelaar, die bovenin het beton in reliëf is aangebracht, een alles overheersende indruk.
Eerste gebouw in gewapend beton
Radio Kootwijk is in menig opzicht interessant, omdat het geheel in beton is opgetrokken, zowel de draagconstructie als de gevels. En alleen daardoor al gaf het de architect nieuwe mogelijkheden. Maar om te zeggen dat hij juichend van blijdschap de opdracht aanvaarde, zou een understatement zijn. Herhaaldelijk beklaagde Luthmann zich over het ontbreken van een duidelijk programma van eisen voor het gebouw. En hij bekritiseerde zijn opdrachtgevers, omdat deze volgens hem' niet begrijpen dat wij architecten ook met cijfers en maten moeten manipuleren. Ook hier luidde de opdracht zoiets van; bouw nu maar een waterdichte machinehal, vooral droog, en een zendtoren; wij zetten er dan onze apparatuur wel in. Hout en spijkers mochten niet worden gebruikt. Gewapend beton leek het aangewezen materiaal, 'aangezien dit goed bestand is tegen de invloed van wisselstroom van lage frequentie' Veel enthousiaster was zijn leermeester Berlage, die in zijn studies over de bouwkunst, stijl en samenleving beton de belangrijkste uitvinding op het gebied van bouwmaterialen van zijn tijd noemt. Hij accentueert de emotionele waarde van het materiaal als hij stelt dat gewapend beton niet alleen praktisch, maar zelfs stijlkundig de grootste aanbeveling verdient, 'omdat het krachtens zijn samenstelling verband houdt met de levende organismen der natuur', waardoor dus ook een toenadering tot een natuurlijke bouw wordt verkregen.
Verbinding Nederlands-Indië
Het radiostation werd gebouwd om de verbinding met Nederlands-Indië mogelijk te maken. Tot 1920 werd het contact onderhouden via kabels, die in Engelse, Duitse en Amerikaanse handen waren. Door de problemen die tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstonden, werd de Nederlandse regering doordrongen van het feit dat het hoog tijd was zelf de draadloze telegrafie ter hand te nemen* Men koos voor Kootwijk omwille van de rust en het feit dat daar meteen gebouwd kon worden, aangezien de grond toch al staatsbezit was. Honderdvijftig, uit Amsterdam afkomstige werkelozen moesten 500.000 m˛ stuifduin wegscheppen, waarvoor zij met een kwartje per m˛ werden beloond.
Maritieme bestemming
Tot ver na de Tweede Wereldoorlog deed Radio Kootwijk dienst als zendstation voor het 'fixe-verkeer' (het verkeer tussen vaste punten op aarde). De Duitsers, die het station in de Tweede Wereldoorlog in bezit namen, gaven het voor het eerst een maritieme bestemming. En die heeft het ook vandaag nog. Als onderdeel van Radio Scheveningen houdt het zich bezig met het lange-afstandsverkeer en is het werelddekkend op de kortegolf. Maar de 'glorietijd' van de jaren vijftig, toen 45 werknemers er een volledige dagtaak hadden, is definitief geschiedenis. Vijf man en een chef waken nu over het wel en wee van het station, dat al twee jaar na voltooiing, door ontwikkeling van de moderne communicatietechniek verouderd was. Ironisch genoeg ligt de toekomst van Radio Kootwijk in het verleden. Als zendstation is de invloed de laatste jaren steeds geringer geworden, als monument heeft het de tand des tijds glorierijk doorstaan. Sinds kort is er zelfs sprake van een volledige herontdekking. Een museale bestemming zou de kathedraal op de Veluwe en haar architect recht doen.
* Zie ook het boek Forschunsstelle Langeveld door Hans Knap. ISBN 9067074675
Gelezen door SPK in PIAZZA, nummer 4-1990
PIAZZA is een uitgave van de Vereniging Nederlandse Cementindustrie (VNC)
Informatie over de inhoud van de artikelen of over de toepassingen van cement en beton kunt u verkrijgen bij: Documentatiecemtrum VNC, Postbus 3011, 52003 DA Den Bosch. Tel (073) 401286
(noot SPK: wellicht is bovenstaand adres en tfn-nummer niet meer juist)
|