De officiele website van de geschiedenis van zendstation
Radio Kootwijk (PCG)

"een dorp tussen Zand en Zenders"

 
Radio Kootwijk
 Algemeen
 Aktualiteiten
 Mailing List
 Reserveren RKwk
 Concerten
 Monumenten
 Dienst Landelijk Gebied
 Routebeschrijving RKwk
 Bewonersvisie RkWk
 Gebiedsvisie
 D66 rapport
 Masterplan de Winter
 Creatorium Hobert
 Masterplan Ago Quod Ago
 Plan van Aanpak
Dorp RKwk
 Dorp en haar bewoners
 Kinderen van Kootwijk
 Berichten uit ...
 Nostalgische verhalen
 Klein Hollywood
 RK Junior
 DorpsRaad
... en Bandoeng
 Hallo Bandoeng, hier ...
 Geschiedenis
 Malabar
 Malabar toen ...
 Malabar nu ...
 boekbespreking
 meer over Bandoeng ...
Hier Radio Kootwijk (SBB)
 Evenementenlocatie
 Nieuws
 Excursies/activiteiten
Stichting Platform Kootwijk
 Wie zijn wij
 Aktualiteiten
 Notities
 Brochure
 PersBerichten
 Gezondheid
 Politiek
 Zendmasten problematiek
 Milieu & Landschap
 SPK Archief
 Nieuwsbrieven
 Geografie
 Chronologie
 Naslag
 2' Podium
 Beelden SPK
 Bestemmingsplan
 Links SPK
50 kV station
 Informatie
Panorama views
 Omgevingskaart
 Gebouw A
 Radio Kootwijk
English Summary
 Welcome to RKwk
Foto's van ...
 de opbouw
 de lange golf zender
 de kortegolf zender
 het dorp
 vandaag de dag ...
 Scheveningen Radio
 Opendag ...
Bedrijfs Beelden
 Ontstaan
 Terreinen
 Doel, werking, ...
 Radiocentrale Amsterdam
Geschiedenis
 J.M. Luthmann (architect)
 Radio Telegrafie
 Radio Telefonie
 Machinezender PCG
 Bibliografie Ir de GROOT
 Ir J. J. NUMANS
 Dr B. van der POL
 Willem Vogt
 Overzicht mei 1940
... zij schreven over Radio Kootwijk
 Dr. Ir. N. KOOMANS (1)
 Dr. Ir. N. KOOMANS (2)
 Ir M.C. ENNEN
 RC Kennemerland
 Tussen 'Zand en Zenders'
 VRZA
 Hans KNAP
 Alfa Bravo (PCH)
 Ingrid van Hoorn
 [onbekend] Ned.
 [onbekend] Frans
 Cees van der Pluijm
 Gewest tot Gewest (tv)
 VPRO documentaire (radio)
 PTT-Bedrijfsbanden
Artikelen over
Radio Kootwijk
 Apeldoornse Courant
 Apeldoorns Stadsblad
 ArchiNed
 Algemeen Dagblad
 Amersfoortse Courant
 Barneveldse Krant
 BN-de Stem
 Brabants Dagblad
 Cement
 Deventer Courant
 Gelderlander
 Gemeente Apeldoorn
 Groene Amsterdammer
 Haagsche Courant
 NRC Handelblad
 Prov. Zeeuwse Courant
 Piazza
 SAM
 Stentor
 Telegraaf
 Trouw
 Twentsche Courant
 Utrechts Nieuwsblad
 Veluws Dagblad
 Volkskrant
Diversen
 Links
 Scheveningen Radio
 PCH Reünie 2004
 Zij gaven hun reactie ...
 Maar waarom deze site...
Contacten ...
 de SPK
 de Webmaster
 Belangrijke adressen
 
 
Een vleugje radio-geschiedenis   
Het onstaaan van het station   

VRIJHEIDSZIN EN ONDERNEMINGSGEEST: dat zijn de gulden woorden, die zoo dikwijis al geschreven zijn boven dat prachtige hoofdstuk onzer geschiedenis, dat vertelt van onzen onafhankelijkheidsstrijd en van de kloeke ontdekkingsvaarten de wereld rond.

Vrijheidszin en ondernemingsgeest: dat zijn ook de woorden, die wij mogen plaatsen boven de ontwikkelingsgeschiedenis van den Rijksradiodienst. Die goede Hollandsche koppigheid, die ons in de eerste dagen van de "draadlooze" al dadelijk door het monopolie der Engelsche Marconi-maatschappij heen deed breken....

Maar laten wij ons verhaal bij het begin beginnen in het jaar 1897 lukte het den toen nog heel jongen uitvinder Marconi, zich baserende op de proeven van Hertz, tusschen twee, enkele kilometers van elkaar verwijderde, punten "draadloos" seinen over te brengen. De radio was geboren. En over de wieg van dit borelingske boog zich al spoedig, vol verwachting, de geheele menschheid. Grootsche vooruitzichien schemerden van ver.. en zij hebben zich, sneller dan iemand toen vermoeden kon, verwezeniijkt.

Van het jaar 1899 af hield zich hier te lande zoowel de Marine als de Rijks-telegraafdienst met proefnemingen bezig. Op het lichtschip "Maas" werd ean radio-proefstation ingericht. In 1904 waren deze proefnemingen zoover gevorderd, dat het Hoofdbestuur der P.T.T. besloot de eerste stappen te doen om de radiotelegrafie aan het algemeen verkeer dienstbaar te maken.

Zoo werd aan de Visschershaven te Scheveningen het eerste, naar onze tegenwoordige begrippen nog heel primitieve, publieke radiostation opgericht. Een groote belemmering voor het jonge station was, dat de Marconi-Maatschappij, welke de meeste schepen van radio-installaties voorzagk, niet toestond, dat deze met andere dan Marconistations verkeer openden. Zoo mochten zelfs de Nederlandsche schopen niet met Scheveningenradio in verbinding treden. Dank zij het krachtig optreden onzer Regeering werd aan dezen onhoudbaren toestand in 1907 een einde gemaakt. Een jaar later werd bij de Conventie van Berlijn een algemeene regeling getroffen, waarbij aan elk station gelijke rechten werden verleend.

Aanvankelijk werd de radio hier te lande dus alleen voor het zeeverkeer toegepast. Voor de op zee van elke verbinding verstoken schepen was de radio een uitkomst: zij beteekende voeling met den veiligen wal. Men aanvaardde dankbaar de nieuwe verbinding en nam de onvolkomenheden der jonge techniek op den koop toe.

In het land- en overzeesch verkeer echter, waar men over draad of kabel beschikte, gaf men vooralsnog aan deze betrouwbare verkeersmiddelen de voorkeur. Alleen de Militaire Staven oefenden gaarne met de nieuwe vinding die in oorlogstijd van groot nut kon zijn. In het transoceanisch verkeer kon overigens de radio in die dagen in het geheel nog niet meedingen, de reikwijdte der zendstations was daartoe nog te klein.

Voor de snelverbinding met Nederlandsch-Indie waren wij toen dus nog uitsluitend op de kabels aangewezen. Daarbij was te onzent zorggedragen, dat wij niet van één bepaald land afhankelijk waren. Behalve van den directen Engelschen kabel kon worden gebruik gemaakt van een Amerikaanschen kabel van Manilla (Philippijnen) naar San Francisco welken wij via Duitsch-Shanghaï bereikten, en eveneens van een verbinding over Siberië.

Deze gehele combinatie viel met den wereldoorlog in duigen, toen - het was reeds in de eerste oorlogsmaand - het kabelknooppunt eiland Yap in handen van de Japanners viel, die de verbinding ophieven. Zoo waren wij, gedurende den geheelen oorlog, uitsluitend op den Engelschen kabel aangewezen. Voor het particuliere verkeer beteekende dit een groote vertraging en soms het helemaal niet overkomen der telegrammen die een prooi werden van den oorlogscensor: onze Regeering zag haar officicele telegraafverkeer met Nederlandsch-Indië in handen van één der oorlogvoerende partijen. Deze toestand was vernederend en onhoudbaar; een eigen, nationale venbinding met Ned. Indië was een levensbehoefte.

Hier moest de radio uitkomst brengen. Weliswaar was een afstand als die naar onze Oost - een 12000 km - nog niet overbrugd, maar het Duitsche station Nauen werd gedurende den oorlog regelmatig in Z. AmeriLa gehoord, op een afstand van 6000 à 7000 km. De Amerikanen hadden met hun "boog-lampzenders" eveneens mooie resultaten bereikt. De Duitsche "machine-zender" werkte echter zuiverder en regelmatiger. En waar het al aanstonds in de bedoeling lag de nieuwe verbinding niet alleen voor tijdelijke militair-politieke maar ook voor blijvende commercicele doeleinden in te richten (het kabelmonopolie moest grondig worden gebroken werd aan het Duitsche systeem, hoewel de kosten belangrijk hooger waren, de voorkeur gegeven. Zoo kreeg, nadat door proefnemingen was aangetoond, dat de zender te Nauen voor het beoogde doel krachtig genoeg was, de Telefunken-maatschappij opdracht tot vervaardiging van zend- en ontvanginstallaties voor de verbinding tusschen Nederland en Ned. Indië van hetzelfde type als door haar te Nauen werd gebruikt.

Als terrein voor het zendstation hier te lande werd het, reeds aan het Rijk in eigendom toeheboorende, Kootwijksche Zand uitgekozen. Hier kon men, zonder dat een tijdroovende onteigeningsprocedure noodig was, terstond aan het werk gaan.

Zoo werd nu, op een eenzame plek in de noordelijke Veluwe, een grootsch werk ondernomen. Een heuvelig zandterrein moest worden geëffend en vastgelegd, toegangswegen moesten worden aangelegd. Dit voorbereidend werk werd, onder toezicht van de Heidemaatschappij, docr een 15O-tal werkloozen uitgevoerd. Niet minder dan een half mi11ioen kubieke meter grond werd hierbij verzet. Toen dit was geschied kon met het eigenlijke werk, de oprichting van het zondgebouw en van de radio-masten, het spannen van het antennenet en de plaatsing der machines worden begonnen. Tegelijk werd ook de hoogspanningsgeleiding van Nijmegen naar Kootwijk, die den noodigen electrischen stroom voor het station moest leveren, aangelegd. Deze stroom wordt geleverd door de Provinciaale Geldersche Electriciteits Mij. Dan was er nog de watervoorziening. Twee 30 m diepe schachten werden geboord - de Kootwijksche gronden liggen hoog - en een 40 m hooge watertoren gebouwd. Tot waarschuwing der vliegtuigen voor de gevaarlijke antennes werd op den top van dezen toren een rood licht geplaatst. Toen eindelijk het station gcheel bedrijfsklaar was, moest de nieuwe zender eerst nog eenigen tijd proefwerken.

Aldus werd het 7 mei 1923, voor het nieuwe station voor den publieken dienst kon worden opengesteld. Twee dagen te voren, op 5 mei 1923, werd het radiozendstation Malabar in Nederlands-Indië voor het publiek verkeer geopend. Dit station werkte met een boogzonder. Een van de merkwaardigheden van dit station is, dat de antenne daar niet aan radiotorens, maar tusschen de wanden van een groote rotskloof opgehangen is.

Het Rijkszendstation Kootwijkradio is Nederlands' roepende radio-mond. Maar bij den mond behoort ook het oor om het antwoord te beluisteren. Dit radio-oor mag zich niet te dicht bij den radiomond bevinden, anders kan er tijdens het "roepen" of seinen niet worden geluisterd. Het radio-oor, het ontvangstation, werd daarom aanvankelijk te Sambeek (Brabant) ondergebracht. In Ned.-lndie was aanvankelijk Tjankring op de Bandoengsche Hoogvlakte het ontvangstation. Later is dit station vervangen door Rantja Ekek (telefoon- en telograafstationj en Kebajoran (uitsluitend telegraafstation).

Met de ingebruikneming van deze eerste zend- en ontvanginstallatie heeft de ontwikkeling van onzen nationalen radiodienst geenszins stilgestaan. De eerste aangebrachte verbetering was, dat zoowel het zend- als het ontvangstation, een directe doorverbinding kreeg met Amsterdam.

Het ontvangstation werd in verband hiermede (na een kort verblijf te Meijendel, waar door allerlei oorzaken te veel storing werd ondervonden) naar Noordwijk verplaatst. Beide stations, Kootwijk (de radiomond) en Noordwijk (het radio-oor) worden bediend door en zijn de organen van het radio-brein: de te Amsterdam ondergebrachie Radiocentrale. De plaatsing der radiocentrale in een groote stad heeft het voordeel, dat daardoor een betere en snellere aansluiting aan het gewone verkeer wordt verkregen. Over deze radiocentrale wordt in een later hoodstuk verteld. Daarna is men al spoedig begonnen, aan de verbetering der zondmiddelen te werken. De in die dagen opkomende lampzenders openden allerlei nieuwe mogelijkheden, maar deze geheele techniek verkeerde toen nog in het stadium der proefnemingen en veel van wat nu alledaags en vanzelfsprekend lijkt, lag toen nog in een vaag verschiet.

PLATTEGRONDOVERZICHT VAN HET STATION

Komende van de halte Assel (richting Apeldoorn) vocrt de straatweg langs het hotel (4), den watertoren (3) en het houten gecouw, waarin de omroep-zender is opgesteld (B), rechtstreeks naar het monumentale hoofdgebouw (A). Lints takt een weg af, langs het contrôlegebouw (F), naar het kortegolf complex (C, D, E). Op de teekening zijn tevens nog aangegeven het onderstation van de provinciale electrische centrale (1) en het transformatochuisje (2).

volgende hoofdstuk 

uit : PTT bedrijsleven Serie D n°1 "Rijkszendstation KOOTWIJK RADIO"