'Wij schakelen over op den versterkten zender'. Een woord vooraf door Prof.Dr.Ir.N.Koomans, leider van het
radiolaboratorium van de Rijkstelegraaf: In de eenzame heide met haar zandverstuivingen ligt ons radio station Kootwijk.
De heide, die door haar schraalheid de moderne cultuur eeuwen heeft tegengehouden tot haar door te dringen, herbergt
thans het groote moderne kracht-zendstation van den Nederlandschen P.T.T.-dienst. Het mijden van de bewoonde wereld
voor dit specimen van moderne techniek heeft tot deze situatie aanleiding gegeven. Een gunstige omstandigheid is
daarbij tevens, dat de uitgestrekte terreinen, welke ons P.T.T.-zendstation behoeft, aldaar ruimschoots beschikbaar waren.
Groot is het Radio Kootwijk-complex echter niet alleen, omdat de Radio op zichzelf zulks nodig heeft. Neen, de grootheid
van dit geheel is de meest sprekende getuigenis, die men in Nederland kan aantreffen, van Nederlands grootheid in de
wereld. Dat Nederland groot is, weet ieder die het voorrecht had de Kolonien met eigen oogen te aanschouwen. Dat Amsterdam
als handelscentrum nog immer in de wereld veel betekent, weten de ingewijden, die daarmede hun bemoeingen hebben.
De gemiddelde Nederlander heeft van dit alles echter een zeer onvoldoende begrip. Welnu, het machtig radiocomplex met
zijn zenders en gerichte antennes voor het verkeer met Oost-Indie, Suriname, Curacao, Noord- en Zuid-Amerika, Japan
en de voornaamste landen van Europa, is in zijn grootheid, die slechts door de allergrootste landen wordt geevenaard,
de meest zichtbare uitdrukking van de beteekenis van ons Vaderland in de wereld. Mogen de artikelen, die hierbij volgen
bij veelen in den lande het nationale zelfbesef verhoogen.
Door de bloeiende hei zijn we haar genaderd, de wondere wereld van Radio-Kootwijk. En terwijl onder het voorwaarts gaan
de erica ons tot over de knieen reikte, hebben we aanvankelijk ontgoocheling gevoeld in ons hart. Die masten! Zes ijle
gevaarten, die ons reeds van verre tot baken hadden gediend in de paarse golving van ongerept Veluwsch land, zes starre,
liniaalrechte strepen, die allengs grooter worden en weldra het filigraan van hun makelij doen afsteken tegen een hemel
van torenende wolkengevaarten. Hoe hun strakke nuchterheid aanvankelijk onze illusie verstoort! De illusie van menschen,
die voor een korte wijle
zich ontrukten aan de vervlakking van een kunstmatige omgeving en met blijdschap terugkeerden tot de ongeschonden, grootsche
natuur. Want ongeschonden en grootsch is het heideland rondom Kootwijk, en overweldigend is zijn kleurenpracht, wanneer er de
erica bloeit en machtige wolken langs den hemel trekken.
Toen wij de zes ijzeren reuzen zoo dicht genaderd waren, dat hun toppen beklemmend hoog boven onze hoofden stonden, zagen wij
plotseling, dat er nog vele andere reuzen waren rondom: houten gevaarten, als kerktorens zoo hoog, doch dwergen vergeleken bij
de zes andere. Zie, het lijnenspel van antennes, draden en tuien boven ons in de lucht, terzijde, rondom. En daar dien tempel van
grijs beton, uit welks toren als guirlanden de draden hemelwaarts loopen: een tempel, die zich weerspiegelt in het stille
water van een vijver. Verderop, bezijden den rechten weg, die van elders leidt naar den tempelhof, een onaanzienlijk gebouw,
laag en langgerekt van vorm, als de goederenloods van een spoorwegstationnetje. Daarheen leidden onze schreden, want daar
zouden wij worden ingewijd in de mysteries van de wondere wereld te midden waarvan wij ons bevonden. En zoo worden wij dan
gevoerd naar een ruimte in het sobere gebouw, waar achter een houten latwerk de oude omroepzender staat, wiens capaciteit van
50 kilowatt beknot werd op 10 kilowatt. Gelijk een roerloos monster staat hij daar achter zijn tralies, en moeilijk is het
te gelooven, dat deze bewegingloze massa thans bezig is haar dagelijkschen arbeid te verrichten. Van 's morgens acht tot
's avonds zeven uur is deze zender in de weer, maar dan is zijn dagtaak ook ten einde. Zijn vermogen is dan niet meer opgewassen
tegen den eisch, dien de omroepvereenigingen voor de avonduren aan Kootwijk stellen. Tien kilowatt overdag, maar 's avonds van
zeven uur af 120 kilowatt. Dat is nu eenmaal wat verlangd wordt! En wanneer des avonds om zeven uur het alom uit de luidsprekers
klinkt: 'Wij schakelen over op den versterkten zender!' dan wil dat zeggen, dat de oude zender zijn taak overdraagt aan een
strerkeren, jongeren soortgenoot en hij de rust ingaat tot het achtste uur van den volgenden dag. Verderop, eveneens in een
lattenkooi, de lange reeks loodrechte glasplaten van den luchtcondensator: in rij en gelid hangen zij er en met gelijke onder-
linge afstanden. Blikseminslag zal hier geen verwoesting aanrichten, zooals bij de doorgaans gebezigde micacondensatoren
het geval zou zijn. Ginds staat de gelijkrichter met zijn door water gekoelde lampen, die den zender van hoogspanning voorziet,
maar onze aandacht voor hem wordt afgeleid door een ander technisch gewrocht, een stuk historie der Nederlandsche radiotech-
niek. We staan voor de bakermat van het telefonisch verkeer tusschen Indie en het moederland: de eerste kristalgestuurde
kortegolf-telefoniezender voor Indie. Later zou hij omgebouwd worden tot een ander prototype, dat der eenzijbandtelefonie. En
nu deze 'Mohr' ook als zoodanig 'seine Schuldigkeit' gedaan heeft, staat hij daar en wacht op nieuwe experimenten, die in de
steeds rusteloze phantasie der mannen van Kootwijk zullen geboren worden.
Vreemd doet in deze omgeving van technische zakelijkheid de dansmuziek aan, waarmede een luidspreker
het suizen der machine-aggregaten overstemt. Doch het blijkt noodig te zijn ter controle van de
uitzending. Twee versterkers in een kleine afgeschoten ruimte zorgen voor een nauwkeurig toezicht op
de uitzending: een controleert er het geluid, de andere de modulatie, waarbij de ononderbroken
bliksemschicht van den oscillograaf waarschuwt in geval het geluidsvolume eens te groot zou worden.
We verlaten de hal van den ouden omroepzender, waar alles min of
meer een provisorisch karakter heeft en komen dan in het domein
van den nieuwen Kilowattzender.
Het is alsof wij in een nadere wereld komen. Hier geen blankhou-
ten stellages of warreling van achteloos neerhangende draden.
Stemmig zwart zijn de als een doorlopende wand overtrokken scha-
kelborden, waarachter zich 't voedingssation bevindt, stemmig
zwart met 'n afzetting van verchroomde smalle lijsten. Ter
linkerzijde staat deze zwarte wand, waarachter zich het voedings
station bevindt, in dubbele uitvoering, zoodat steeds een helft,
als reserve, ter beschikking staat. En geen onontwarbare kluwen
van draden en apparaten schuilt daar achter dien zwarten muur,
want overzichtelijk en geniaal-simpel is de opstelling van alles
wat zich hier bevindt.
Aan de overzijde staan in zwart geajoureerde kasten de verschil-
lende trappen van de zender: de begintrap, in duplo met het oog
op mogelijke stoornissen, de voorlaatste trap met haar zes water
gekoelde 10 K.W.-zendlampen, waarvan er vier in werking zijn en
twee in reserve zijn, machtige lampen, die meesterstukken van
menselijk vernuften kunnen zijn. En tenslotte de eindtrap, die
drie zendlampen van 300 K.W. omvat. Weer is hier voor reserve
gezorgd, daar twee lampen voor het gebruik noodig zijn, terwijl
de derde gereed staat om zoo noodig in te vallen.
Maar wij moeten weg uit deze wondere wereld, want ons wachten
nog de telegrafiezenders, die op grooten afstand ergens op de
hei in kleine gebouwen zijn ondergebracht.
De antennes zijn daar hoog in de lucht in een reusachtige zig-
zaglijn aangebracht: elk stuk der enorme zigzaglijn is loodrecht
gericht op dat punt van den wereldbol, dat door den betreffenden
zender bereikt moet worden.
Acht zenders zijn in het kleine gebouw ondergebracht, varieeren-
de in golflengte van 15 tot 40 M. en ook zij zijn in het
stemmige zwart-en-wit kleed gestoken gelijk de versterkte omroep
zender.
Relais zorgen voor de distributie der telegrammen over de
diverse zenders. Voor het gebouw een klein stil vijvertje,
waarin het koelwater der zenders als een dun waterscherm
neerplast. Een vijvertje, dat eer als een stukje tuinarchitec-
tuur aandoet, dan als de koelwatertank eener technische
intallatie.
Weer gaat het verder over de hei, naar den kortegolfzender voor
Indie, waarboven de beam-antenne uittorent, een complex van
parralelgeschakelde kleine antennes, loodrecht geplaatst op de
richting Indie.
Vier kleine zenders bevinden zich in het gebouw aan den voet der
zendmasten, met resp. 16.3 M, 16.6 M., 24 M. en 28 M. golflengte
die elk naargelang van het jaargetijde en het uur van den dag
hun taak aangewezen krijgen.
Eenzijbandzenders zijn het, die het mogelijk maken twee telefoongesprekken gelijktijdig te voeren bij een energie van 40 K.W. En
als men bedenkt, dat voor de invoering van dit systeem - d.w.z. tot voor 't begin van dit jaar - met den kristalgestuurden korte
golf telefoniezender slechts een gesprek per zender mogelijk was en hiervoor reeds een energie van 200 K.W. vereischt werd, dan
begrijpt men eerst recht, hoe de draadlooze telefonie door het kortegolf-eenzijbandsysteem een grooten sprong voorwaarts ge-
maakt heeft. Dan is men trotsch op onze Nederlandse mannen, die, dank zij hun kunde en hun onversaagde ijver, het physische prin-
cipe van den Amerikaanse uitvinder Carson hebben bruikbaar
gemaakt en zoodoende Nederland pionier op het gebied van den
kortegolf-eenzijband deden worden, zooals Engeland dit is met
betrekking tot de langegolf-eenzijbandtechniek.
Wonderlijk is het te vernemen, dat, waar Kootwijk alleen zend-
station en Noordwijkerhout alleen ontvangstation is, de stem van
den met Indie telefoneerende Nederlander via Kootwijk het lucht-
ruim ingaat, terwijl het geluid van dengene met wien hij spreekt
via Noordwijkerhout uit den horen tot hem komt.
Langs een tweeden koelwatervijver gaan we in de richting van het
hoofdgebouw, om den ouden grooten machinezender nog even een be-
leefdheidsbezoek te brengen, zooals men een mensch, die zijn
roem overleefde en zijn prominente plaats verloor, nog wel eens
zijn eerbied gaat betuigen, wijl de eenzaamheid steeds grooter
wordt om hem heen.
De avond begint te vallen en we verlaten Kootwijk. Opnieuw gaan
we door de hooge, paarse erica en over de glooingen van het
Veluwse land. Alvorens in een hollen weg af te dalen, zien we
nog eens achter ons naar de vele masten met hun draden en tuien,
en naar de gebouwen aan hun voet. En dan voelen we, hoe thans
alles een geheel anderen indruk maakt, dan toen we kwamen. De
wijde vlakte met den koepelenden hemel erboven, waartegen de
mastengevaarten, door menschenhanden gemaakt, afsteken.
Waar ontving ons gemoed een gewaarwording, als die wij nu zoo
sterk hebben? Wacht eens, ja: Stonehenge op Sailisbury Plain.
Stonehenge met zijn door menschen in een wijde vlakte opgerichte
steengevaarten, opgericht in de voor ingewijden logische volg-
orde van een langvergeten cultus. Stonehenge en Kootwijk, hoe
verschillend en toch weer hoe gelijkend op elkaar. Verschillend,
daar vele duizenden jaren het ontstaan van beide scheiden, doch
gelijkend op elkaar, wijl de mensch gebleven is wat hij was:
een 'Himmelstuermer'.
|