|
Wij zouden onvolledig zijn, indien niet iets werd verteld over het doel, de beteekenis en de werking van hetgeen op het
radiostation is te zien, al zullen we hierbij niet in technische bijzonderheden treden.
Voor een goed begrip grijpen we een vijftiental jaren terug. De groote machinezender, bestemd voor ons telegraafverkeer
met Ned. Indië, werd in 1923 in bedrijf gesteld en vormde daarmede den eersten rechtstreekschen nationalen, band tusschen
de beide deelen van ons Rijk. Voor de overbrugging van dezen geweldigen transoceanischen afstand gebruikte de techniek
destijds middelen, welke nu nog indruk maken door hun afmetingen; we noemen slechts het zestal 212 m hooge antenne-masten,
een golflengte, welke met de km-maat wordt gemeten (ca. 17000 m), spoelen met een middellijn van ongeveer 3 meter en
omwikkeld met kabel welke is samengevlochten uit een 18000 tal afzonderlijk geïsoleerde dunne koperdraadjes, reusachtige
machines voor het opwekken van de benoodigde zendenergie, waarmede natuurlijk het electrisch stroomverbruik, eenige honderden
kilowatts, in overeenstemming is. Geleidelijk ontdekte men echter, dat golven waarvan de lengte niet in km, maar in meters
werd gemeten (n.l. golven van ongeveer 16-60 m) beter in staat waren de afstanden tusschen de werelddeelen te overbruggen,
waarvoor bovendien niet een stroomverbruik van honderden - doch slechts van enkele tientallen - kilowatts noodig was.
In 1925 verkreeg men, met een uit nietige onderdeelen opgebouwd zendertje op een zolder van het Radiolaboratorium in Den
Haag, een telegrafische verbinding met Bandoeng, een succes, dat vele nieuwe mogelijkheden opende. De proeven werden op
groote schaal te Kootwijkradio voortgezet, waarmede de grondslag werd gelegd voor een zendercentrum van wereldbeteekenis.
Deze eerste verbindingen waren uitsluitend telegraafverbindingen, maar, dit eenmaal bereikt zijnde, ligt het in den aard
der dingen, dat ijverig gezocht werd naar een nog persoonlijker middel van contact, naar radiotelefonisch verkeer.
Nu waren inmiddels elders in de 'wereld, en ook op vaderlandschen bodem, reeds hoopgevende resultaten bereikt met 8
radiotelefonische uitzendingen op korte golven. Dit waren evenwel alle z.g. éénzijdige uitzendingen, d.w.z. een bepaald
station zond een zeker programma uit, hetwelk door luisteraars in andere werelddeelen werd ontvangen, dus zooals de
tegenwoordige omroepuitzendingen. Van een normaal telefoongesprek, een z.g. kruisgesprek tusschen twee personen als bij de
gewone stadstelefoon, was evenwel nog geen sprake. Het waren de Nederlandsche Rijkstelegraaf en de Indische dienst, welke
hun moeizaam werken bekroond mochten zien met de verwezenlijking van dit ideaal : nadat reeds in 1927 proefgesprekken met,
Bandoeng over en weer hadden plaats gevonden, kon op den historischen datum 28 februari 1928 een radiotelefonische verbinding
van Nederland met lndië, voor het voeren van gesprekken zooals men die bij de bestaande draadtelefoonverbindingen kende,
aan het publiek worden aangeboden. Van hoeveel beteekenis dit resultaat was, kan mede blijken uit de groote belangstelling,
welke van buitenlandsche zijde voor de hier verwezenlijkte mogelijkheid bestond.
Kootwijkradio stond in het middelpunt der internationale belangstelling. Bij het binnenkomen van Kootwijkradio wordt de
aandacht van den bezoeker' onmiddellijk getrokken door de "Radio-kei", een enorme zwerfsteen van prachtig Noorsch graniet,
welke hier op het radio-terrein is gevonden.
Op 28 Februari 1938 werd met bijzonderen luister het feit herdacht, dat reeds 10 jaar geleden de eerste radiotelefonische
kortegolf-verbinding over grooten afstand ter beschikking van het publiek werd gesteld.
Bij die gelegenheid ontstond het plan dit feit voor de toekomst vast te leggen en daarbij gebruik te maken van een
monument, dat door de natuur zelve als het ware daarvoor werd aangeboden. Door medewerking van het geheele personeel
van het radiostation werd deze idee verwezenlijkt; een Nederlandsche kunstenaar beeldde het feit op passende wijze in
den "Radio-kei" uit.
De eerste zenders waren uiteraard van eenvoudige constructie. De techniek ging evenwel met reuzenschreden voorwaarts, de
eischen welke aan kortegolfzenders werden gesteld werden steeds hooger, de normen werden op internationale conferenties
vastgelegd. Ten einde hieraan te voldoen moesten deze eerste zenders successievelijk worden verbeterd en uitgebreid, o.a.
moeten de zenders zeer nauwkeurig op de hun toegewezen golflengten blijven werken, aangezien een geringe afwijking reeds
storing door een anderen zender ten gevolge heeft. Deze vereischte constantheid wordt bereikt met de z.g. kristalsturing.
Indien men namelijk een kwartsplaatje in een bepaalde schakeling opneemt, wordt de opgewekte golflengte zeer nauwkeurig
door de dikte van het kwartsplaatje bepaald (deze kwartsplaatjes hebben doorgaans een dikte van ca. 1 mm.)
De constructie van de zenders werd hierdoor evenwel belangrijk samengestelder. Alle kortegolfzenders te Kootwijkradio
werken reeds sinds vele jaren met zoo'n kristalsturing.
Ook op ander gebied werden groote verbeteringen aangebracht, o.m. worden nu voor de korte golven antennes van zeer
speciale constructie gebezigd. Bij een omroepstation, zooals ook bij de te Kootwijkradio opgestelde 120 kw omroepzenders
op 1875 m, moeten alle luisteraars, in welk deel van het land zij ook wonen, de programma's goed kunnen ontvangen. Een
zender, welke echter voor commercieele doeleinden dient en daartoe verbinding moet onderhouden met doorgaans één bepaald
ontvangstation. moet zijn energie niet met kwistige hand in alle richtingen uitstrooien, maar haar zooveel mogelijk in één
richting sturen, die van den correspondent. Bij de korte golven heeft men de mogelijkheid dit doel te bereiken. Door de
Rijkstelegraaf werd een systeem uitgewerkt, dat uitmuntend aan dezen eisch voldoet en ook in het buitenland toepassing
heeft gevonden. De antenne is opgebouwd uit een aantal kleine afzonderlijke antennetjes, welke ieder een lengte hebben
van een halve golflengte en op een zeer bepaalde wijze worden gegroepeerd. Bij een golflengte van b.v. ongeveer 16 m,
dat zijn golven welke zeer veel worden gebruikt, zoowel voor het verkeer met Nederlandsch-Indië als met Noord- en
Zuid-Amerika, is zoo'n antenne dus opgebouwd uit een aantal draden welke ieder circa 8 m lang zijn.
Deze eenheden worden nu in een groot aantal naast en boven elkaar gespannen, Een tweede gelijksoortig gevormde groep van
eenheden, de z.g. reflector. wordt op een afstand van een kwart golflengte (in ons voorbeeld dus 4 m) achter de eerste
opgehangen. Beide groepen worden dan op bijzondere wijze met den zender verbonden. Dergelijke antennes worden "beams" of
"gerichte antennes" genoemd. Van dit beschreven type is te Kootwijk een groot aantal aanwezig en gericht op de verschillende
deelen van de wereld waarmede dagelijks verbinding wordt onderhouden. Voor. elke richtingen voor elke golflengte moet een
andere antenne worden gebouwd. Vandaar dat in de omgeving van de kortegolfzendgebouwen een mastbosch van torens is verrezen,
welke van de verte uit gezien den indruk wekken van een olieboorterrein.
Er staat te Kootwijkradio een groot aantal zenders opgesteld, niet alleen omdat met zooveel verschillende werelddeelen
onafgebroken verbinding moet worden onderhouden, maar ook omdat één bepaalde golflengte niet den geheelen dag geschikt blijft.
Afhankelijk van het uur van den dag en van het jaargetijde moet een andere golf worden gebruikt. Zoo wordt bijv. met Bandoeng
Is winters, overdag, op een golflengte van + 16 m gewerkt, in den namiddag wordt evenwel de ontvangst in Bandoeng zwakker
(in lndië is het dan al laat in den avond, als gevolg van het tijdsverschil van ruim 7 uren). Dan wordt overgeschakeld op
een zender met een golflengte van ongeveer 28 m, en deze wordt in Indië weer prachtig ontvangen.
In den nacht wordt vaak op een nog langere golf, van ca. 38 m, uitgezonden, om tegen den na-nacht weerterug te gaan op
28 m, waarna's ochtends de zender met de 16 m golf weer in bedrijf wordt gesteld. 's Zomers blijft de golf van 16 m wat
langer neembaar en wordt eerst 's avonds tegen 2300 uur op de 28 m overgegaan en ongeveer te 3 uur 's nacht s wordt de 16 m
weer goed in lndië ontvangen.
Een dergelijk beeld vertoont de verbinding met alle richtingen, zij het dan met eenigszins afwijkende golflengten. Hieruit
blijkt, dat een groot aantal 9 golflengten noodig is; verscheidene zenders zijn daarom met meer dan één golflengte - uitgerust.
De snelheid waarmede de door het publiek aangeboden telegrammen worden verzonden is enorm opgevoerd. Het sterkste is dat wel
het geval met de telegrammen bestemd voor Noord-Amerika. Voor de telegrammen, aangeboden op de Amsterdamsche Effectenbeurs, waar
snelheid naast een groote bedrijfszekerheid uiteraard een eerste vereischte is, worden bovendien nog speciale maatregelen genomen.
Deze telegrammen worden over een voor dit doel gereserveerden zender naar New-York verzonden, waarmede bereikt is, dat telegrammen reeds
ca. 1 minuut na de aanbieding te Amsterdam op de New Yorksche beurs zijn aangekomen.
Vrijwel het geheele Nederlandsche wereldtelegraafverkeer wordt via de kortegolfzenders afgewikkeld. Dat wil echter niet zeggen,
dat de groote machinezender nu doelloos is geworden; voornamelijk in de wintermaanden verleent deze zender gedurende den nacht en
in de vroege ochtenduren bijv. nog zeer waardevolle diensten voor de verbinding met New York.
HET ENKEL-ZIJBAND-SYSTEEM
Een speciale vermelding verdient nog het z.g. enkel-zijband-systeem, hetwelk sinds eenige jaren wordt toegepast voor onze
radio-telefonische verbinding met Nederlandsch-indië. Deze wijze van uitzenden was reeds vele jaren geleden door de Western
Electric Cy. in theorie volledig uitgewerkt. Het systeem stelde evenwel zulke hooge eischen aan de constructie van kortegolfzenders,
dat het voor kortegolfverkeer over langen afstand nog nergens werd toegepast. Het bood bij verwezenlijking evenwel zulke groote
voordeelen, dat de Rijkstelegraaf besloot zich daarop in de practijk te gaan toeleggen. De vele moeilijkheden konden geleidelijk
worden overwonnen en sinds 1935 zijn de zenders, welke in eigen beheer volgens dit systeem werden omgebouwd in dagelijksch
gebruik.
Het systeem is te ingewikkeld om hier op de werking daarvan in te gaan; volstaan moet worden met het volgende: Bij de gewone,
algemeen gebruikelijke uitzendwijze van muziek en het gesproken woord, zoals dit bijv. door alle omroepstations geschiedt, wordt
veel meer uitgezonden dan, strikt genomen, noodig zou zijn. Tot deze overbodigheden behoort o. m. de draaggolf, dat is, het woord
zegt het zelf al, de drager, die in den aetherweg de muziek of het gesproken woord mede voert.
Deze draaggolf nu, welke voortdurend door den zender wordt uitgezonden, ook indien de muziek zwijgt, vergt een groot gedeelte
van de energie, welke de zender verbruikt, ja practisch is het zoo, dat verreweg het grootste deel van het aantal kilowatts,
welke de zender opneemt, door deze draaggolf wordt verbruikt. De toepassing van het enkel-zijband-systeem maakt het nu mogelijk
deze dure draaggolf in den zender achter te houden. dus niet meer uit te zenden. Het zal zonder meer duidelijk zijn, dat dit een
enorme besparing geeft. Gelijktijdig met de draaggolf wordt tevens nog de z.g. tweede zijband achtergehouden, vandaar de naam
"enkel"-zijband-systeem.
Voor den bouw van den zender wordt, evenals voor den ontvanger in dit systeem, zoowet hier te lande als in Indië een bijzondere
constructie vereischt.
Van de buitengewone voordeelen, welke de toepassing van dit systeem in de practijk biedt, noemen we behalve een grooteren
waarborg voor de geheimhouding in de eerste plaats de zeer groote besparing op het electrische stroomverbruik, terwijl
gelijktijdig volstaan kan worden met een kleiner aantal van de zeer kostbare watergekoeide zendlampen. Verder is de kwaliteit
van het ontvangen geluid veel beter dan met het oude systeem werd verkregen, o.m. ondervindt men vrijwel geen hinder meer van
de fading, dat is het op en neer gaan van de sterkte van het ontvangen geluid, zooals men dat ook wel, evenwel in veel
mindere mate, kent bij de omroepgolven tusschen 200 en 500 m. Bovendien stelt het enkel-zijband-systeem in staat op
economische wijze meer dan één gesprek gelijktijdig over één zender uit te zenden. welke mogelijkheid is toegepast op
de kortegolf telefoniezenders te Kootwijkradio. Met elk der vier kortegolf-enkel-zijband zenders kunnen gelijktijdig 4 "kanalen"
worden uitgezonden, d.w.z. men kan gelijktijdig over één zender 4 verschillende gesprekken uitzenden. In plaats van voor telefonie
kan men zoo'n kanaal ook gebruiken voor het uitzenden van beeldtelegrammen of voor gewone telegrammen in morseteekens.
De economische voordeelen van de toepassing van dit systeem te Kootwijkradio zijn onmiddellijk ten goede gekomen aan het
publiek, doordat in 1936 de toen toch al lage tarieven (laag ten opzichte van hetgeen in het buitenland betaald moest worden
voor een radio-telefoongesprek over een overeenkomstigen afstand) nog tot op de helft konden worden verminderd. zoodat men nu
voor het lage bedrag van fl 1,- gedurende drie minuten met een abonné op Java kan spreken. terwijl bij bepaalde gelegenheden'
zelfs tot een tarief van fl 5,- voor drie minuten kan worden gegaan.
Zoo'n telefonische verbinding met iemand die ruim 12 000 km ver weg is, geeft een wonderlijke gewaarwording. Men moet dit
persoonlijk hebben ondergaan om te beseffen dat ouders in lndië met hun ondergaat om te beseffen wat het zeggen kinderen in
Nederland persoonlijk contact hebben, dat een man die zijn werkkring in lndië heeft, de stem hoort van zijn vrouw, die om
welke reden dan ook, in Holland moest achterblijven. Men gevoelt een wonderlijke ontroering, gemengd met dankbaarheid aan
de techniek, welke het mogelijk maakt een afstand van over de 12 000 km voor de overbrenging van het geluid, teniet te doen.
In dezelfde seconde nog wordt het overgedragen, hoort men dezelfde muziek. klinkt dezelfde stem, in Nederland en in lndië
|