Julius Maria Luthmann 1890-1973
In 1890 In Amsterdam geboren.
Studie aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam.
(...) Ik herinner me nog dat ik fragmenten tekende van de Bank van Antwerpen en het Arsenaal van Yperen. Deze
tekeningen werden prachtig in kleur opgewerkt. (...) Jong en enthousiast als we waren en verzot op het maken van
mooie tekeningen, vroegen we ons niet af waar we nu juist met deze Vlaamse neorenaissance werden geconfronteerd.
(...) Blijkbaar zagen onze mentors er toch nog wel iets in, hoewel ze er zelf niet aan dachten in deze stijl te
bouwen. De prominente Rotterdamse architecten, onze reeds genoemde nestor Herman van der Kloot Meyburg, Van Goor,
Otten, Nieuwenhuizen e.a., allen leraren aan de academie, bouwden toen reeds modern.
(...) Toen kwam Kromhout als hoofdleraar bouwkunst. Nimmer heeft Kromhout zijn 'tout à l'égout' grondiger in
de praktijk kunnen brengen dan aan deze academie. Het moest nu maar eens uit zijn met dat renaissancistische
vormenspel. We kregen nu ter bestudering het vormenspel van zijn kortelings gereed gekomen Americain-Hotel in
Amsterdam. Ook weer fragmentsgewijs, waardoor we er niets van begrepen. De surveillerende docent begreep er ook
niets van, waar hij maar rond voor uitkwam.' In gemeentedienst.
(...) Na deze studie kwam ik in dienst van een gemeente die ik hier niet noemen zal. Ik heb er enige bouwwerken
ontworpen waar ik nu, als ik er toevallig nog eens kom, met een grote boog omheen loop(...) Werkzaam bij A. P. B.
Otten te Rotterdam en bij Ed. Cuypers in Amsterdam.
(...) Van 1915 tot 1917 werkzaam bij Publieke Werken in Amsterdam. Studeert onderwijl aan de cursus Voortgezette en Hogere
Bouwkunstte Amsterdam.
(...) Inmiddels kreeg de Amsterdamse School vermaardheid en ik moest en zou naar Amsterdam, niet alleen omdat dit het
mekka van de moderne architectuur was, maar door het initiatief van wijlen Kromhout was er de avondcursus voor voortgezet
en hoger bouwkunstonderricht in het leven geroepen. (...) Ik solliciteerde en werd aangesteld bij Publieke Werken.
(...) De Klerk, Piet Kramer, Rutgers, Boeken en anderen kregen er projecten onder handen, zoals ze nog nimmer in hun
particuliere praktijk hadden gehad.
(...) 't Was 'n interessante tijd in Amsterdam.
(...) We praten nu (1960) weer veel over samengaan van beeldende kunst en architectuur, we schermen met begrippen als
integratie, synthese, maar we zijn daar verder dan ooit van verwijderd. Het heeft er in deze eeuw een paar maal uitgezien
alsof iets dergelijks groeiende was. Het was toen Berlage samenwerkte met Zijl, Derkinderen, Roland Holst en het was ook
onder Van der Mey. Het samengaan van architectuur en beeldhouwkunst van het Scheepvaarthuis zou men bijna een symbiose
kunnen noemen.
(...) (Van der Mey) gaf als eindproject op een regeringscentrum bestaande uit een enorme volkshal, een parlementsgebouw
en acht ministeries. Excusez du peul (...) Dit bracht mij tot een onnoemelijk aantal schetsen en toen dat zijn beslag had
gekregen, was het tijd van inleveren -ik was er dus niet uitgekomen en kreeg dan ook het felbegeerde diploma niet. Ik zou
ongetwijfeld hebben gedoubleerd als ik door een telefoontje van Blaauw (...) niet naar Den Haag was geroepen.
(...) Op de cusus Voortgezette en Hogere Bouwkunst hing ik drie jaar aan de lippen van profeten als De Bazel, Lauweriks,
Jan de Meijer, Van Loghem, Gratama, Van der Pek, Dwars en anderen. In het vierde jaar kwam Van der Mey voor het eindproject
(...) Van 1917 tot 1919 werkzaam op het architectenbureau Baanders. Reizen naar Scandinavië, Italië, Frankrijk en België
(...) Intussen had ik in 1917 mijn werkkring bij Publieke Werken verwisseld voor een werkkring op het architectenbureau
van Herman en Jan Baanders. Dit was gevestigd in een fraai pand op de Herengracht en had interessante opdrachten. Het
tuindorp aan de Heyplaat van de RDM waar ik ook nog sporen heb achtergelaten, een project voor een tuindorp voor de Oranje
Nassaumijnen in Heerlen, dat nooit is uitgevoerd, vele banken, enzovoort. Wijlen Herman Baanders gunde zijn medewerkers
veel initiatief, wat het bureau voor aankomende architecten aantrekkelijk maakte
(...) In 1917 prijsvraagontwerp voor een gevel voor arbeiderswoningen (bekroond) (in de opdracht stond, dat het bewustzijn
van de arbeidersklasse tot uiting moest worden gebracht In feite ging het om gevelontwerpen die speculatiebouw moesten
maskeren.)
(...) Van 1918 tot 1919 ontwerp voor een badinrichting, meubels en interieurs; ontwerp voor een hotelpension aan een
strandboulevard.
(...) Van 1919 tot 1923 werkzaam bij de Rijksgebouwendienst. In deze jaren worden het radiostation, transformatorhuis,
watertoren en appartementsgebouw in Kootwijk ontworpen.
(...) Tegen het einde van 1923 werd de rjksgebouwendienst grondig gereorganiseerd. Het districtenstelsel werd opgeheven en
door con-centratie van diensten moesten verschillende functionarissen afvloeien, zoals dat in ambtelijke termen werd genoemd,
waaronder Ir. Theeuwisse en in diens kielzog ondergetekende. Daar zat ik dan in het Haagje, een met betrekking tot de
architectuur achtergebleven gebied.'
|